Posts weergeven met het label Duitsland. Alle posts weergeven
Posts weergeven met het label Duitsland. Alle posts weergeven

maandag 18 maart 2013

SprelaCart, de houtnerf van de DDR

Foto: So haben wir uns eingerichtet: Das DDR-Zuhause-Buch 
(Constanze Treuber)   
Het is een DDR-rekwisiet: de zo typische houtnerf van SprelaCart, de merknaam van een materiaal dat bestaat uit met kunsthars samengeperste papierlagen, een materiaal dat in de DDR is uitgevonden. Dit houtachtige laminaat is veel terug te vinden in DDR-interieurs, zoals kasten, keukenbladen en schoolmeubilair. Het materiaal was krasvast en makkelijk schoon te maken met chemische reinigingsmiddelen. Wie in Rusland per trein reist zal in de slaapwagens nog veel SprelaCart-platen aantreffen in de afwerking.
SprelaCart werd door oorlogsveteranen geproduceerd in een fabriek in het Oost-Duitse Spremberg, naar analogie van een westers vergelijkbaar materiaal dat bekend is en was onder de naam Resopal.
SprelaCart is de afkorting voor Spremberg Laminat und Carton.  De firma Sprela GmbH produceert tot de dag van vandaag een vergelijkbaar materiaal in Spremberg.

zaterdag 9 februari 2013

Sartre: Baader is een ‘arschloch’


Nadat de Franse filosoof Jean-Paul Sartre zijn bewondering had uitgesproken voor de terroristische Rote Armee Fraktion (RAF) bracht hij op 4 december 1974 op uitnodiging van RAF-terroriste Ulrike Meinhof een bezoek aan RAF-voorman Andreas Baader in de Stammheim gevangenis te Stuttgart. Dit bezoek kwam Sartre op felle kritiek te staan.

In opdracht van het Duitse blad Der Spiegel heeft het Bundesamt für Verfassungsschutz recent een document vrijgegeven van het Landeskriminalamt waarin een beambte verslag doet van het gesprek tussen Sartre en Baader. Uit dit document blijkt dat Sartre de aktionen, zoals de RAF zijn moordaanslagen noemde, juist sterk veroordeelde en in het uur durende gesprek in de Stammheim gevangenis Baader juist op andere gedachte proberen te brengen. Baader had hier echter geen oren naar. Al kort voor Sartre’s bezoek had Baader zijn verwachtingen van het gesprek met Sartre naar beneden bijgesteld, nadat Sartre vlak voor zijn bezoek aan Stammheim in een interview met het blad Der Spiegel een linksextremistische moordaanslag van de Bewegung 2. Juni op Günter von Drenkmann als een ‘misdaad’ had bestempeld. Na afloop van het bezoek aan de Stammheim gevangenis zou Sartre de RAF-leider een ‘arschloch’ hebben genoemd.

Sartre bezocht Baader toen deze in hongerstaking was als protest tegen het strenge gevangenisregime. Sartre liet zich na afloop van het gesprek kritisch uit over de omstandigheden waaronder de RAF-leden psychisch werden gefolterd. Verschillende experts twijfelen tot de dag van vandaag of de toen halfblinde Sartre daadwerkelijk de cellen van de met televisies en bibliotheken uitgeruste Stammheim gevangenis heeft gezien. Het is niet ondenkbaar dat Sartre de sobere bezoekersruimte als Baaders cel heeft opgevat. Tot frustratie van de RAF-gevangenen hadden de kritische uitlatingen van Sartre niet het beoogde effect: sterker, de pers schreef vervolgens juist over de privileges die de RAF-gevangenen in Stammheim genoten.

Lees verder Der Spiegel online
De zwaarbewaakte Stammheim gevangenis in Stuttgart

zaterdag 26 januari 2013

Vervallen hospitaal in Beelitz-Heilstätten

De Russische fotograaf Pavel Nemtsjinov (Moermansk) trok naar het Oost-Duitse Beelitz, nabij Potsdam. In de wijk Beelitz-Heilstätten ligt een groot verlaten ziekenhuiscomplex. De wijk heeft hierdoor een spookachtige uitstraling en deed dienst als decor in onder andere ‘The Pianist’ (2002).
In 1916 herstelde Hitler in dit ziekenhuis van zijn verwondingen die hij had opgelopen in de Slag om de Somme. In 1990 verbleef Erich Honecker enige tijd in het toenmalige Sovjetziekenhuis om vervolgens te vluchten naar Moskou.

Enkele foto’s van Nemtsjinov.




dinsdag 1 januari 2013

"Mein Gott, hilf mir diese tödliche Liebe zu überleben" en andere Berlijnse graffiti


Kussende communistische leiders Leonid Brezjnev en Erich Honecker, onderdeel van de EastSide Gallery in Berlijn. Geschilderd door de Russische schilder Dmitri Vroebjel. Het werk is geïnspireerd op de kus uit 1979 tijdens de viering van het dertigjarig bestaan van de DDR.

En meer Berlijnse graffitikunst...





Kijk voor meer op het blog van de Rusissche blogger Pavel Mentsjinov.

maandag 24 september 2012

De 'Wohnungbaumaschine' van Ernst Neufert

De Duitse architect Ernst Neufert (15 maart 1900–23 februari 1986) ontwikkelde in opdracht van Albert Speer voor Nazi-Duitsland de basis voor een geïndustrialiseerde woningbouw in de geest van Speers classicistische smaak. Dit resulteerde in de schets voor een Wohnungbaumaschine die in afzienbare tijd hele Plattenbau-wijken moest kunnen opleveren. Deze combinatie van gerationaliseerde bouwplanning en monumentalisme is ook karakteristiek voor de vroege jaren 50 van de DDR.
Neufert was een assistent van de fameuze grondlegger van het Bauhaus, Walter Gropius. 

maandag 7 november 2011

Protserige Kunstausstellung herleeft online



De Große Deutsche Kunstausstellung werd in de periode 1937-1944 acht keer georganiseerd in het Haus der Kunst (een van de eerste nationaalsocialistische bouwwerken) te München. Deze tentoonstellingen behoorden tot de belangrijkste culturele evenementen in nazi-Duitsland.  Jaarlijks bezochten circa zeshonderdduizend mensen de tentoonstelling, die ook op verkoop was gericht. Hitler was de fanatiekste inkoper en spendeerde miljoenen Reichsmark aan de potpourri van smaakvolle, protserige en ronduit nazistische kunstwerken. Recentelijk werd een gratis toegankelijke online database gelanceerd, www.gdk-research.de, waarop veel nog nooit eerder gepubliceerde afbeeldingen van kunstwerken zijn terug te vinden die tijdens de Kunstaustellungen waren te bezichtigen. De database bevat informatie over de kunstenaar, de aanschafprijs en de koper. Hiermee ontstaat een uniek inkijkje in de propagandistische kunstbeleving van de nationaalsocialisten. Weliswaar niet altijd smaakvol,  maar wel een waardevolle historische reconstructie. 

Voor een treffende interpretatie door Hans Aarsman (Volkskrant) van een foto van Hitler tijdens de Kunstaustellung, ga naar de bijbehorende bijdrage van Plenzdorf uit 2008. 

Adolf Hitler, door Fritz Erler (schilder). Aangekocht door 
Edoardo Alfieri (Italiaans fascistisch politicus) voor 25.000 Reichsmark.

Der Führer, door Hermann Joachim Pagels (beeldhouwer). 
Aangekocht door Robert Ley (Duits nazi-politicus) voor 8.000 Reichsmark.

Ostkämpfer, door Wilhelm Sauter (schilder). Aangekocht door 
Adolf Hitler voor 15.000 Reichsmark.

Rudolf Heß, door Walter Einbeck (schilder). Aangekocht 
door Adolf Hitler voor 5.ooo Reichsmark. 

zondag 30 januari 2011

Ovenfabriek Auschwitz wordt herdenkingsplek

De firma Topf & Söhne was de beruchte bouwer van de crematoria van de Nazi-concentratiekampen. Het administratieve gebouw van de firma in Erfurt is nu ingericht tot herdenkingsplek. In 1942 diende een ingenieur van de onderneming, Fritz Sander, een aanvraag in voor een patent op een 'continu opererende lichaamsverbrandingsinstallatie voor massaal gebruik.' Bezoekers worden begroet met de kreet 'Altijd verheugd u van dienst te kunnen zijn'. Deze slogan is ontleend aan een brief van Topf & Söhne aan het management van concentratiekamp Auschwitz. Fotoreportage Der Spiegel.

zaterdag 1 januari 2011

De waterbrug van Magdeburg: een civiel kunstwerk.

Met een lengte van bijna een kilometer is het de langste waterbrug van Europa. De waterbrug van Magdeburg, opgeleverd in 2003. De brug verbindt het Elbe-Havel kanaal met het Mittellandkanaal door overbrugging van de rivier de Elbe. De waterbrug doet denken aan M.C. Eschers  geometrische zinsbegoochelingen.







donderdag 25 november 2010

Smakeloze Auschwitz-'teaser'

Gezocht: natuurlijk talent om vergassingsdood te acteren

Coen van Zwol (NRC Handelsblad) verwees onlangs naar de nieuwe film Auschwitz van de slechte Z-film regisseur Uwe Boll (1965). Volgens Boll begrijpt de jeugd van tegenwoordig niet meer de schone en aangrijpende beeldtaal die Spielberg gebruikte in Schindler’s List (1993). Nee, wil de echo van Auschwitz daadwerkelijk doorklinken naar toekomstige generaties dan moet het vernietigingsproces kraakhelder in beeld worden gebracht. Als vooraankondiging van zijn film Auschwitz staat een trailer op YouTube onder de ongepaste titel ‘teaser’. Kijk en huiver. De SS’er aan de deur van de gaskamer is regisseur Boll zelf.

donderdag 11 november 2010

Ortsamtsbereich Prohlis: aangenaam betonrot

Besucher schwelgen in Erinnerungen an vergangene Zeiten
DER SPIEGEL ONLINE

Oost-Duitse steden spelen tegenwoordig gretig in op de Westerse Ost-fanatici die hunkeren naar plaatbeton, fletse jaren-70-kleuren, krakkemikkige balkons, sleetse trapportieken en sjofele raamdecoraties. Liefst gaat het de desbetreffende wijken ook nu economisch niet al te voor de wind en gaan bewoners gekleed in te strakke spijkerbroeken, groezelige leren jasjes, afzichtelijke overhemden en dito ‘zware’ brillen.  Enkele opgebroken straten, een haveloos Aldi- of Lidl-terrein in de kern van de wijk en een distelveldje kleden het tafereel mooi af. Het nog ‘opkomende’ Dresdense Prohlis is er zo een.

De Ostalgie is serious business. Van de gelikte Berlijnse trabis waarmee je gefêteerd wordt op de ultieme Ostalgietour tot comfortabele bustours waarmee je gezapig met een zakje nootjes de lusteloze eenheidsworst uit de tijd van Genosse Honecker  aan je voorbij kan laten trekken.

De ontsluiting van Prohlis verdient nog een marketingslag, maar de eerste tour wordt inmiddels aangeboden. Snuif snel aan de betonrot in Prohlis voordat deze verdwenen is.

Plattenbau in Dresden Prohlis

zondag 11 juli 2010

‘Een tussen varkensworsten en kalfsschenkels predikende Macchiavelli’

Dit Duitsland moet men van harte haten, wanneer men het werkelijk liefheeft.
Friedrich Percyval Reck-Malleczewen

Het is mei 1936 wanneer Friedrich Percyval Reck-Malleczewen zijn dagboekrelaas begint. Zijn verslag is dat van een wanhopig mens; wanhopig om de noodlottige wending die Duitsland in de jaren dertig ten deel valt. Wanhopig over de toekomst van een land dat zijn verstand heeft verloren. Wanhopig om het onafwendbare inferno waarin het Duitse volk zal moeten boeten voor zijn argeloze domheid.

Deeggezicht met rozijnen
Friedrich Percyval Reck-Malleczewen; arts en intellectueel, van gegoede burgerij en uit een politiek geëngageerde familie. Met ‘Dagboek van een wanhopig mens’ (Tagebuch eines Verzweifelte, 1947) geeft Reck-Malleczewen, zo zou blijken, zijn laatste staaltje maatschappijkritiek ten beste.
Zijn dagboek is vervuld van haat tegen het opkomende nazisme en in het bijzonder tegen de kopstukken van het vermaledijde Derde Rijk. Ongeremd en met een bescheiden decorum vertrouwt Reck-Malleczewen (kortweg Reck) zijn haat aan het papier toe. Over Hitler, die hij tweemaal ontmoette: ‘een rauwkostetende Dzjengis-Khan’, ‘een vrijwel uit afval gemaakt en diep verdorven persoonlijkheid’ en ‘een gelei-achtig, verslapt, grauw deeggezicht, waarin als rozijnen twee melancholieke gitzwarte ogen priemen’. En even verderop: “Gröfaz, dat is nu zijn spotnaam. Größter Feldherr aller Zeiten. Een armzalige hystericus (lees hier Goebbels of Streicher, JP) kan de wereld wel een poosje wijsmaken dat hij de grote Alexander is. Maar dan komt de geschiedenis en rukt hem het masker van het gezicht.”
Omdat hij zo dichtbij Hitler is geweest fantaseert hij over de mogelijkheid die hij heeft gehad om Hitler om zeep te helpen: ‘Ik zou het zonder twijfel hebben gedaan, als ik ook maar enige zekerheid had gehad over de toekomstige rol van deze onverlaat en over ons jarenlange lijden.’

Ook geeft Reck een smeuïg detail prijs waarvan de herkomst niet verifieerbaar is, maar toch, het komt hem goed van pas om Hitlers zelf aangemeten heroïek te bevechten:
‘Overigens gaat er een hardnekkig gerucht over het IJzeren Kruis dat hij draagt, een gerucht dat ik slechts vermeld zonder het me in absentia rei eigen te maken. Een met de praktijk van de toenmalige verlening van onderscheidingen vertrouwd officier maakte me er onlangs op attent, dat een onderscheiding met het IJ. K. eerste klasse zonder gelijktijdige bevordering tot onderofficier eenvoudig uitgesloten was geweest, en zo was hij, de zojuist genoemde zegsman, tot de slotsom gekomen dat het hier een ‘zelf-onderscheiding’ betreft.’

Weißen Niggers
Uit de zielenroerselen in het dagboek kan worden opgemaakt dat Reck zich al vroeg bewust was van een op handen zijnde antisemitische catastrofe. Anti-Joodse uitlatingen heeft hij voor zover bekend nooit gedaan.
Bij een vluchtig verstaander zal mogelijk de indruk ontstaan dat Reck in zijn dagboek racistische uitlatingen doet door herhaaldelijk te spreken van Weißen Niggers. Een racistische inborst ligt hier echter niet aan ten grondslag. Reck’s wereldbeeld is die van een ‘biologie van de witte negers’. Voor elitaire zonderlingen als Reck was de ‘witte neger’ de verachtende verschijningsvorm van de moderne mens, de gestandaardiseerde massamens die zelf een product is van serieproductie en fabricaten. Engeland en Noord-Amerika, de Angelsaksische wereld, is volgens Reck de belangrijkste kweekvijver van deze massamens. De ‘witte neger’ terminologie is in dit opzicht te linken aan de onderwerping van de zwarte mens tijdens het kolonialisme waarbij de onderworpenen volledig afhankelijk werden gemaakt van de machthebbers; een product van de ‘Westerse beschaving’. De diepere betekenis van ‘het witte neger’-wereldbeeld en de raciale connotatie die van het woord ‘neger’ uitgaat, maakt deze uitdrukking mijns inziens niet langer hanteerbaar. Daarmee wil ik niet tornen aan de observatie die Reck hiermee wil duiden; zijn wereldbeeld van de ‘witte neger’ is met de komst van het massaconsumentisme en de digitalisering actueler dan ooit tevoren.           

Politieke pornografie?
In zijn dagboek blijkt Reck profetisch over de op handen zijnde catastrofe. Hij voorziet dat zich een periode zal aandienen van dood en verderf die zijn weerga niet kent. Bovenal is Reck ontstelt over de oeverloze domheid van zijn landgenoten die heel Europa aan het noodlot overleveren. Zo schrijft hij:

‘Als de heer Göring vandaag een van zijn jachthonden met het nodige trompetgeschal tot koning van Beieren zou laten proclameren – ik geloof dat dit volk dat gisteren nog zo angstvallig voor zijn eigen aard en zijn contrast met de Noord-Duitse termietenhoop waakte, dat het hoera zou schreeuwen en de straathond zou huldigen.’

Malleczewen zocht de haard van het nazisme niet bij het proletariaat, maar bij het kleinburgerdom (de kleine ambtenarenstand, de onderwijzersklasse, de middelmatige klerkengroep). In een raak voorwoord van Klaus Harpprecht bij het postuum uitgegeven dagboek merkt Harpprecht terecht op dat “De National Zeitung zich geroepen zal voelen het trefwoord politieke pornografie te laten vallen bij Recks dagboek.” Zijn ongebreidelde geschimp maakt je murw en doet onrecht aan de  onderliggende emotionele analyse van een verbouwereerd en gefrustreerd mens dat zich schaamt voor zijn land en geraakt is door het onrecht dat zijn naasten wordt aangedaan.      

Van de Wittelsbacherplatz naar Dachau
13 oktober 1944 schrijft Reck: “En op de dertiende, een brandend hete, mooie oktoberdag, word ik zelf gearresteerd. Beschuldiging: opruiing van het leger.” Dit omdat Reck een zogenaamd oorlogsappèl van de Burgerwacht heeft verzuimd vanwege een aanval van angina pectoris. Hij wordt snel weer vrijgelaten. Eind december wordt Reck opnieuw door de Gestapo ingerekend op basis van een zogenaamde denunziation, een op politieke gronden verordonneerde oproep tot verklikking van collaborateurs. Reck werd aangegeven op basis van een denunziation die ‘schennis van de Duitse munt’ strafbaar stelde. Reck zou denigrerend hebben opgemerkt dat de Reichsmark zo goed als waardeloos is.
Van de Gestapogevangenis aan de Wittelsbacherplatz in München wordt Reck na een bombardement in januari ’45 overgebracht naar concentratiekamp Dachau. Al snel wordt Reck ziek en wordt hij in de ziekenbarak ondergebracht. In het kamp ontmoet Reck de Nederlandse gevangene Nico Rost die in zijn boek ‘Goethe in Dachau’ onder andere verslag doet van zijn ontmoeting met Reck. Volgens Rost was vlektyfus Reck’s doodsoorzaak. Inmiddels wordt aangenomen dat hij is geëxecuteerd.     

De vertaling van Dolf Koning eindigt met een halve lege bladzijde. Het verslaglegging stopt abrupt en de lezer rest niet anders dan de achterblijvende leegte van een wanhopig mens.

Dagboek van een wanhopig mens - Friedrich Percyval Reck-Malleczewen – Uitgeverij In den Toren (vertaling Dolf Koning)

zaterdag 24 april 2010

Herr H

Vanochtend meldden de Israëlische autoriteiten dat in het Braziliaanse Amazonegebied Adolf Hitler in hechtenis is genomen. Hitler, geboren 20 april 1889 te Braunau am Inn, zoon van Alois Schicklgruber, bevestigde vanochtend aan de Israëlische geheime dienst zijn identiteit. Tot vanochtend was de vermeende dood van de dictator vastgesteld op 30 april 1945; zelfmoord door cyanidepil en kogel. 
De inmiddels stokoude en broze man is door Israëlische commando’s overmeesterd in een hut waar de grootste oorlogsmisdadiger van de twintigste eeuw zich decennialang schuilhield. Inmiddels wordt hij overgebracht naar de zwaar beveiligde geheime Israëlische gevangenis ‘Faciliteit 1391’ (ook wel Israëls Guantanamo Bay genoemd). De Israëlische autoriteiten hebben al verklaard dat het strafproces niet in Israël zal plaatsvinden.  
Van over de hele wereld komen regeringsleiders met de eerste reacties op dit schokkende nieuws. President Obama spreekt van ‘een schokkende historische gebeurtenis, waarin de hoofdverantwoordelijke voor de misdaden in de Tweede Wereldoorlog zijn schuld niet langer kan ontlopen’. Het strafproces zal volgens Obama  ‘veel verdriet oprakelen en voor vele slachtoffers de zoveelste episode betekenen in een onverwerkt verleden’. Premier Balkende laat in een eerste reactie weten dat zijn gedachten in eerste instantie uitgaan naar de slachtoffers van de nazi-terreur en dat met deze arrestatie de geschiedenis wordt herschreven.
Bondskanselier Merkel heeft in een persverklaring laten weten geschokt te zijn door het nieuws dat de verantwoordelijke voor de zwartste periode uit de Duitse geschiedenis nog in leven blijkt te zijn. ‘De schuld van onze natie drukt zwaar op onze schouders’, aldus Merkel.
In verschillende landen worden de veiligheidsmaatregelen aangescherpt om gevreesde neonazistische sentimenten de kop in te drukken. Tot nu toe zijn er nog geen ongeregeldheden gemeld.
Einde van dit extra nieuwsbulletin.

Cultuurfilosoof Georg Steiner (1929) schreef in 1981 een roman die in Nederland is uitgebracht onder de titel Het transport van Adolf H. naar San Cristóbal. De roman verhaalt over zes Israëlische nazi-jagers die de hoogbejaarde massamoordenaar Herr H opsporen in het Amazonegebied. Controverses treiteren de geest op een onevenaarbare en originele wijze.

Het transport van Adolf H. naar San Cristóbal – George Steiner (Meulenhoff, 1983)


woensdag 7 april 2010

Over vers gekotste kippenragout en chroomschepen

Geen verhalen over een besmuikt Stasi-verleden, geen heldenverslag van een rebel tegen het versleten regime, geen opsomming van historische feiten. Die Wiederentdeckung des Gehens beim Wandern. Harzreise (1990) is het relaas van de gewone man. Met gevoel voor humor en met een scherpe kenschetsing van das vergangene trotseert Thomas Rosenlöcher (Dresden, 1947) als een ietwat schichtige Ossi het nieuwe herenigde Duitsland. Hiermee beschrijft Rosenlöcher op indringende wijze hoe de verwestering van alledaagse gebruiken een identiteitsshock teweeg bracht voor de streng gekuiste DDR-burgers.

De uitgave van Prometheus opent met het dagboekverslag dat is uitgegeven onder de titel Die verkauften Pflastersteine. De titel refereert aan een artikel dat Rosenlöcher voor een plaatselijk Forum-blaadje schreef, waarin hij melancholiek ingaat op hoe de straatstenen van de Pirnaer Landstraße in Dresden door het staatsantiekbedrijf, in ruil voor deviezen, als sierstenen aan het Westen werden verpatst. Toen dit schandaal aan het licht kwam declameerde het volk: “Ach, wäre ich ein Pflasterstein, ich könnte längst im Westen sein”.
In de dagboekaantekeningen doet Rosenlöcher verslag van de onrust voor en direct na de val van de muur. Als observant is hij getuige van menig feestgewoel en demonstratie. Hij verwijt zichzelf een zekere passiviteit, hij is geen activist.
Een treinreis naar Freiburg, een week na de val van de muur, voert Rosenlöcher door de poorten van Schlaraffia, Duits voor Luilekkerland. De Belgische slavist en schrijver Johan de Boose blies deze uitdrukking uit de DDR- volksmond nieuw leven in door te verhalen over de scepsis onder DDR-Bürger waar dit Schlaraffia zich daadwerkelijk zou moeten bevinden; in het oosten of in het westen? Dit zelfde scepticisme bespeur ik ook bij Rosenlöcher. Enerzijds is hij onder de indruk van de dienstverlenende vriendelijkheid van de westerse treinconducteur, anderzijds bekruipt hem een warenhuiswalging. Zijn waarnemingen tijdens zijn bezoek aan Freiburg schetsen het beeld van een ontheemde intellectueel.

“In de warenhuizen geregeld licht misselijk. Vind je wat je wilt, dan ben je vergeten of dit wel was wat je wilde. Ten slotte koop je een ballpoint. Ballpoints zijn altijd goed.”

Rosenlöcher voelt zich opgejaagd door wat hij ´chroomschepen´ noemt, de glimmende West bolides die met dreigende blik de onnozele Ossi´s van hun sokken rijden en met grote snelheid opdoemen in de rookwolken van hun pruttelende trawanten. Met ontgoocheling begluurt hij in Freiburg de gretige kennismaking van zijn DDR genossen met het Westen:

Overal staan ze in de rij, vader, moeder, kind: zelfs voor de sekswinkels van Beate Ushe*.

Aansluitend op het dagboekverslag volgt het verslag dat in Duitsland is uitgegeven onder de titel Die Wiederentdeckung des Gehens beim Wandern. Harzreise (door Prometheus uitgegeven onder de titel
De herontdekking van het lopen). Hierin onderneemt Rosenlöcher in navolging van Heine en Goethe een voettocht door de Harz, een gebergte in midden-Duitsland. De hoogste berg is de Brocken. Door de Harz liep de BRD-DDR grens. De Brocken was Sperrgebiet en stond volledig in het teken van militaire waakzaamheid (uitkijktorens, kazernes, geschut e.d.). Tijdens zijn lange wandeltocht komt Rosenlöcher het bittere en stoffige van zijn vervallen Hinterland onder ogen. Van kleurloze liters goulash tot kippenragout die ‘ versgekotst’ oogt. Lurken aan een kopje naar Oostblok smakende koffie of trauern bij een halve liter ´Coschützer pisbrau´.
Na zure hotelkamergeuren en eeuwig stromende toiletspoelbakken komt Rosenlöcher in de Harz niet zozeer tot het inzicht waar het ware Schlaraffia ligt, maar wel tot de ontnuchterende ontdekking waar het in ieder geval niet ligt.

* Beate Ushe (1919 -2001); Duits stuntpiloot in de jaren dertig van de vorige eeuw. Opende de eeste sexshop ter wereld en leverde daarmee een belangrijke bijdrage aan een betere seksuele hygiëne. Het huidige bedrijf Beate Ushe AG is een van de marktleiders op het gebied van seksspeeltjes.

dinsdag 16 maart 2010

Berlin Moabit: 'Doch schuldig bin ich. Anders als Ihr denkt!'

Albrecht Haushofer
Karl Haushofer (1869 – 1946) was professor in de geopolitiek te München. Als geo-wetenschapper introduceerde hij het Raum-recht. Volgens Haushofer was Duitsland na de Eerste Wereldoorlog een geopolitiek natuurrecht ontnomen en had Duitsland het recht om oostelijk uit te breiden. Dit wordt tot zijn grote genoegen bewaarheid met de inlijving van Sudeten-Duitsland in 1938, naar aanleiding van de conferentie van München (waar Karl als adviseur ook bij aanwezig was). Een van zijn oud-studenten geopolitiek was Rudolf Hess. Hess werd begin 1920 in het gezin Haushofer opgenomen en raakt goed bevriend met Karls zoon, Albrecht Haushofer (1903 – 1945). Haushofer senior richt in 1924 het Zeitschrift fur Geopolitiek op. Zijn zoon voegt zich in de jaren dertig bij de redactie, die inmiddels een nationaal-socialistische signatuur heeft gekregen. Vanaf 1931 vergaart zoonlief een positie als diplomaat onder Rudolf Hess. Hess voorkomt dat Albrecht vanwege zijn Joodse achtergrond (zijn moeders vader was Joods) wordt opgepakt door in een zogenaamde schutzbrief te spreken van Haushofers uitzonderlijke Arische kwaliteiten.

Vader en zoon Haushofer zijn ontgoocheld nadat duidelijk wordt dat de raum-zucht van Hitler verder reikt dan Sudeten-Duitsland. Dit wordt onder andere als reden gezien voor het vervroegde emeritaat van Karl.
Hess zou Albrecht Haushofer hebben toevertrouwd een einde te willen maken aan de vijandigheden met Groot-Brittannië (uiteindelijk resulterend in Hess’ fameuze solovlucht met een Messerschmit naar Schotland in 1941, waarna hij wordt ingerekend door de Britten). Als secondant van Hess ondernam Albrecht Haushofer verschillende bemiddelingspogingen met de Britten.
Aangenomen wordt dat Hitler afwist van de bemiddelingen en de uiteindelijke vlucht van Hess. Het vermoeden is dat door de Duitsers bewust de suggestie werd gewekt dat Hitler nergens van op de hoogte was, zodat zijn blazoen verschoont zou blijven van een afgang indien Hess’ bemiddelingspogingen tot een mislukking zouden uitlopen. En zo geschiedde. Toen Hess’ door de Britten werd gearresteerd, deed Hitler het voorkomen alsof hij zich verraden voelde. Hij ontbood Albrecht Haushofer in Berchtesgaden en onderwierp Karl Haushofer aan verschillende verhoren door de Gestapo.
Albrecht komt vervolgens te werken onder Hess’ opvolger, Bormann, die Albrechts wetenschappelijke onderlegdheid geen eer aan doet. Zo vraagt Bormann hem om uit te pluizen welke Nazi-topstukken rivalen zouden kunnen vormen voor zijn positie als privé-secretaris van Hitler.

Hitler is niet langer gecharmeerd van de Haushofers maar onderneemt geen zware represailles tegen het tweetal; met name Albrecht zou mogelijk nog een toekomstige diplomatieke rol van betekenis kunnen spelen wanneer het nog een keer tot een bemiddeling met de Britten zou komen.
Albrecht raakt steeds sterker gedesillusioneerd naarmate hij merkt dat hij het beleid van de Nazi’s niet op een andere koers kan brengen. Zijn afkeer van Hitlers ideologisch rampscenario neemt de overhand en hij raakt betrokken bij het Stauffenberg-complot tegen Hitler. Na de mislukte aanslag (22 juli 1944) wordt hij in december van datzelfde jaar gearresteerd en afgevoerd naar de Zellengefängnis Lehrter Straße in het Berlijnse stadsdeel Moabit (daarom ook wel Moabit-gevangenis), waar ook zijn broer Heinz wordt opgesloten. Vader Karl brengt de laatste acht maanden van de oorlog door in concentratiekamp Dachau.
In eerste instantie werd Albrecht in leven gelaten als mogelijke troef voor vredesonderhandelingen met de geallieerden. Toen duidelijk werd dat deze onderhandelingen niet meer zouden plaatsvinden werd Albrecht Haushofer op 23 april 1945 door de Gestapo geëxecuteerd.

Karl wordt na de oorlog ervan verdacht dat hij met zijn Raum-recht heeft bijgedragen aan de heerszuchtige geopolitieke voedingsbodem van het nationaalsocialisme. Zelf ontkent hij dit stellig. Dat citaten uit zijn werk via Rudolf Hess in Mein Kampf zijn beland heeft hij naar eigen zeggen niet ernstig genomen omdat hij Mein Kampf nooit als een serieus en noemenswaardig werk heeft gezien.
De Amerikanen vinden onvoldoende grondslagen om hem voor het gerecht van Neurenberg te dagen. De verdachtmakingen en de dood van zijn zoon Albrecht worden hem echter te veel; 10 maart 1946 beroven hij en zijn vrouw zich van het leven.

In de Moabit-gevangenis schrijft Albrecht Haushofer de vermaarde Moabiter Sonette. De gedichten gaan over schuld, angst en geopolitiek. Lees de kreten van onschuld, van iemand die weet dat de tijd voor hem dringt.

  • Albrecht Haushofer: Moabiter Sonette (Langewiesche-Brandt) (Nach der Originalhandschrift herausgegeben von Amelie von Graevenitz)
  • David Criekemans: Geopolitiek -'Geografisch geweten' van de buitenlandse politiek? (Garant)
Sonnetten Der Bruder, Bomberegen  en Schuld (klik om te vergroten).


maandag 30 november 2009

Geruchs-Konserven-Methode


De Geruchs-Konserven-Methode was een veel beproefde techniek van het Ministerium für Staatssicherheit (kortweg Stasi of MfS) ten tijde van de DDR. Deze methode was onderdeel van Maßnamhe S (maatregel S), zoals het in verdekt Stasi-jargon werd genoemd. In hechtenis genomen Regimekritiker kregen een doekje dat ze stevig op de lendenen moesten drukken. Vervolgens werd het doekje buiten hun medeweten luchtdicht bewaard in een weckglas. Door zelfs hun lichaamsgeur te documenteren kon kordaat worden opgestreden tegen recidiverende dilettanten. In sportkleedruimtes en werkplaatsen werd kleding van verdachten verduisterd voor dezelfde doeleinden. Ook werden geurmonsters genomen van stoelen in cafe’s en andere openbare gelegenheden waar staatsgevaarlijke sujets zich begaven. Deze strategie leverde een databank van duizenden weckglazen met geurstalen op die van pas konden komen bij de aanklacht tegen de verdachte. Speciaal getrainde zogenaamde Geruchsdifferenzierungshunde werden ingezet om een verband te kunnen leggen tussen geurstaal en aangeklaagde. Deze geruchsdifferenzierung methode werd volgens de officiële DDR-wetgeving niet toegestaan, wat goed illustreert dat de Stasi boven de wet stond.

De chemicus Günter Petraneck, die zich als medewerker van de Volkspolizei vele jaren bekwaamde in de opsporing via geursporen, verklaarde over deze techniek het volgende: ‘Het is niet wetenschappelijk bewezen welke componenten van de menselijke geur door honden kunnen worden onderscheiden. Daarom kunnen de geursporen enkel als aanwijzing dienen en niet als bewijslast'…althans, zo luidt de officiële lezing.


donderdag 19 november 2009

Gevaarlijk Amüsierbetrieb: Freudenmädchen, sicherheit der SD

\
Kitty Schmidt had voor de oorlog een succesvol bordeel aan de Giesebrechtstraße 11 in Berlijn. Haar lichtzedige onderneming steunde vlak voor de oorlog joden die door de nazi’s werden vervolgd. De Gestapo kwam hier achter en chanteerde Kitty om mee te werken aan een snood spionageplan van de Sicherheitsdienst. Salon Kitty werd volgehangen met afluisterapparatuur. Kitty kon met haar vaste prostitueebestand blijven werken mits daar circa twintig door de SD geselecteerde Amüsierdamen aan zouden worden toegevoegd; dames die behalve een goede fysieke onderlegdheid ook een spionagescholing hadden genoten. Tijdens de warme onderonsjes tussen de prominente bordeelbezoekers (veelal uit de hogere nazi-gelederen) en de prostituees wordt gretig meegeluisterd door de opnamestudio in de kelder van het gebouw. Via deze slaapkamergeruchten hoopte de SD verborgen ontrouw aan Hitler en het regime onder hooggeplaatste functionarissen doeltreffend te kunnen opsporen.

De Italiaanse regisseur Tinto Brass, bekend om de soft-erotische grandeur in zijn films , besloot het verhaal achter Salon Kitty te verfilmen. Zijn verfilming uit 1976 is hyperprikkelend en grossiert in ontsierlijkte lichamelijkheid en nazi-kitsch. Noemenswaardig is de draai die Brass heeft gegeven aan de selectie van de twintig SD amüsierdamen. Deze meisjes moesten vanwege hun verantwoordlijke taak overtuigde nationaalsocialisten zijn. Om dit te testen moeten deze dames de liefde bedrijven met untermenschen van allerlei aard (een jood, een lilliputter, een zigeuner en een beenloze soldaat). Wanneer de vrouwen stoïcijns hun werk doen, heeft de ‘keurende’ SS’er groot respect voor hun professionaliteit jegens deze ‘armtierige’ schepselen. Brass legt met een knipoog de smakeloosheid van de nazi-ideologie aan de dag.
Salon Kitty wordt in 1942 door een Engelse bom getroffen waarop het bordeel wordt ontmanteld door de nazi’s. Het spionagebordeel bracht niet het gewenste succes; weinig staatsgevaarlijke versprekingen werden geregistreerd. Zelfs een orgie van SS-Oberstgruppenführer Sepp Dietrich met de twintig spionagedames leverde geen slip of the tongues op.


zondag 1 november 2009

......erst das fressen, dan die moral: Gulaschkanone

In 1892 ontwikkelt de Duitse firma Fissler de mobiele veldkeuken die in de Eerste Wereldoorlog grote roem zou verwerven onder de naam Gulaschkanone. Een ware revolutie voor het koken op de akker.
Deze fress kanone is uitermate geschikt voor het bereiden van grote hoeveelheden vlees. Met name voor de bereiding van goulash komt de hoge aanbraadcapaciteit van de kanone goed van pas. Mede hierom wordt deze vinding in de volksmond Gulaschkanone genoemd. Wanneer het apparaat buiten gebruik is wordt de schoorsteen neergeklapt waardoor de feldkocherd sterke gelijkenis vertoont met een kanon. Gulashkanonen zijn nog steeds in gebruik. Ik vond een mooie smaakloze Duitse website via welke een mooi exemplaartje met een capaciteit van 225 liter kan worden gehuurd voor bijvoorbeeld een gezellig buurtfeest (www.kanonenessen.de/). De gemütlichkeit kan beginnen.


Gulaschkanone in WO II.
Durch das schließen der Drosselklappe findet kaum Luftaustausch im Brennraum statt.

zondag 26 juli 2009

Dessau, genau wie es war.....(5)

woensdag 1 april 2009

Seidl’s trog van misère: ijzingwekkend rauw



Wenen, een hete zomerdag. In een wit gesausde villa, in een smakeloze nieuwbouwwijk met strak afgestoken gazonnetjes, vermaakt een verveelde bermudadrager zich met een tennisbal. De welgesteldheid brengt verveling en alles behalve kleur en inspiratie. Een verlopen onaantrekkelijke vrouw verdrijft de tijd door zich in een orgie te begeven met zweterige lelijke mannen met hangbuiken. Een gestoord tienermeisje lift doelloos over de periferie van Wenen. Zij drijft de bestuurders tot waanzin, tot ze haar uit frustratie uit de auto sleuren en haar onverantwoord, instabiel van geest als ze is, aan haar lot over laten aan de kant van de snelweg. Een dik bejaard echtpaar kwijnt weg in het zwaar eikenhouten Beierse interieur van hun doorzonwoning met ‘verputzte’ muren. Ter vermaak stript de aangezette oma voor haar ‘Carlsberg’ boerend dikkerdje. Onaantrekkelijker en menselijker had regisseur Ulrich Seidl het niet kunnen filmen in zijn collage van neerslachtigheid: Hundstage (2001). Seidl toont verveling, vulgariteit, vernedering, laagheid…. Het gaat over mensen die toegeven aan de verleidingen van het leven: zonder gêne, zonder liefde, zonder schuldgevoel. Meesterlijk wrang is één van de slotscènes waarin de verstandhouding tussen twee plompe mannen escaleert tijdens het dekken van een verlopen doorrookte milf. De dikzak van de twee moet het afleggen en laat onder dwang van een revolver zijn lederhose zakken. Zijn belager heeft een sadistisch spelletje in gedachten waarbij hij zijn slachtoffer dwingt luidkeels La Cucaracha te zingen met een brandende kaars tussen zijn billen. De Hundstage ambiance zet Seidl feilloos voort in zijn grote volgende film, Import Export (2007).
In Import Export zet Seidl twee werelden tegenover elkaar. Een jonge Oekraïense vrouw geeft haar slecht betaalde baan in een bouwvallig ziekenhuis op om als camgirl vanuit de Oekraïne hitsige Duitse voyeurs gedienstig te plezieren. Iedere vorm van zelfrespect en privacy moet zij hier voor opgeven. De uitzichtloosheid van dit rauwe bestaan doet haar besluiten om af te reizen naar Oostenrijk om aldaar een vruchtbare toekomst op te bouwen. Als au pair bij een rijk gezin blijkt de vernedering echter opnieuw aan de orde van de dag. Als een klein kind wordt zij door de vrouw des huizes er kleinerend op gewezen hoe ze het peperdure en foeilelijke hertengewei kan afstoffen zonder het te beschadigen. Feilloos brengt Seidl in beeld hoe verdorven mensen kunnen worden wanneer ze materialistisch zijn bevredigd. De Oostenrijkse gastvrijheid voor immigranten krijgt in Seidl’s verfilming een sympathieke sneer. Tegenover het verhaal van de jonge Oekraïense staat een Oostenrijkse vader met zijn zoon die oude fruitautomaten opkopen om deze voor een habbekrats op de Oekraïense markt te verkopen. Aangekomen in een door neonlicht verlicht hotel in een Oekraïense desolate stad blijkt vaders zin te hebben in een verzetje. Een verlegen prostitué geeft zich over aan de grillen van de dikbuikige fruitkastverkoper in tangaslip met bloemenprint. Onder toeziend oog van zijn zoon leert hij de prostitué hoe zij zich als hond aan hem kan onderwerpen. ‘Sag mal woef…!’. Gewillig laat zij zich als een hond aan haar haren begeleiden door haar perverse baasje. Het is moeilijk te bevroeden achter hoeveel gesloten rolluiken en dichte gordijnen de menselijkheid iedere beschavingsnorm aan zijn laars lapt. Seidl geeft een kijkje achter die gordijnen, tot walgens toe.



<><>






<><>






<><>



zondag 8 maart 2009

Dessau, genau wie es war.....(4)



Ржев, Rusland