Posts weergeven met het label Kunst. Alle posts weergeven
Posts weergeven met het label Kunst. Alle posts weergeven

dinsdag 1 januari 2013

"Mein Gott, hilf mir diese tödliche Liebe zu überleben" en andere Berlijnse graffiti


Kussende communistische leiders Leonid Brezjnev en Erich Honecker, onderdeel van de EastSide Gallery in Berlijn. Geschilderd door de Russische schilder Dmitri Vroebjel. Het werk is geïnspireerd op de kus uit 1979 tijdens de viering van het dertigjarig bestaan van de DDR.

En meer Berlijnse graffitikunst...





Kijk voor meer op het blog van de Rusissche blogger Pavel Mentsjinov.

zondag 28 oktober 2012

De toren van Tatlin gevisualiseerd in Petrograd

Takehiko Nagakura - De nooit gerealiseerde Tatlintoren

De Russische constructivist Vladimir Tatlin (1885 – 1953) verwierf faam met zijn indrukwekkende ontwerp voor de Derde Communistische Internationale (Comintern), in de volksmond de ‘ Tatlintoren’. Dit reusachtige stalen geraamte had na de Bolsjevistische revolutie van 1917 moeten verrijzen in het toenmalige Petrograd (het huidige Sint Petersburg) als het hoofdkantoor van de Comintern. De toren van Tatlin, die exemplarisch is voor het ultieme constructivisme, zou er nooit komen.
Takehiko Nagakura, een architect aan het MIT in de VS, visualiseerde met behulp van grafische computertechnologie nooit gebouwde monumenten tegen de achtergrond van de beoogde bouwlocaties. Zo ook voor de Tatlintoren in Sint Petersburg.

De Tatlintoren:
  • De toren helt over met 23,5° (gelijk aan de kanteling van de aarde)
  • Het stalen frame zou vier grote geometrische structuren herbergen. Een kubus zou dienen als congreszaal voor de Derde Internationale en zou gedurende een jaar één keer om zijn as draaien. Een piramide zou gedurende 30 dagen om zijn as draaien en het ambtelijk apparaat van de Comintern huisvesten. In een cilinder, die dagelijks om zijn as zou draaien, zou een krantenredactie worden ondergebracht.
  • De toren moest 400 meter hoog worden (hoger dan de Eiffeltoren).  
  • Op de top van de toren zou een projector worden aangebracht die socialistische boodschappen zou moeten projecteren op de wolken bij bewolkt weer. 


zondag 1 juli 2012

Schilder Pierre Subleyras, 1699 - 1749


maandag 19 maart 2012

Olga Preobrajenska ontroert Bibeb

Bibeb, pseudoniem van Elisabeth Maria Lampe-Soutberg (1914-2010), was een zeer gewaardeerd interviewerster die voor opinietijdschrift Vrij Nederland intieme en beeldende interviews maakte met vele groten der aarde. In haar gebundelde interviews ‘Bibeb in Parijs’ spreekt Bibeb onder andere met niemand minder dan Brigitte Bardot, Juliette Gréco, Simone Signoret en komt ze tot een ontroerend treffen met Olga Preobrajenska (1871-1962).   

Preobrajenska was een beroemd ballerina van het Russisch keizerlijk ballet, dat tegenwoordig beter bekend is als het Mariinksi ballet (of onder de Sovjetnaam ‘Kirov ballet’). Na haar carrière als ballerina legde Preobrajenska haar volledige ziel en zaligheid in het opleiden van nieuwe generaties ballerina’s als balletlerares in Parijs. Velen van haar pupillen groeiden uit tot sterren, waaronder de vertederende prima ‘baby’ ballerina Irina Baronova die vele harten wist te stelen als danseres bij het fameuze balletgezelschap Ballet Russes de Monte Carlo.

Wanneer Bibeb in 1958 Preobrajenska opzoekt in Parijs, geeft de 88-jarige Olga nog vier uur per dag dansles bij Studio Wacker, destijds het Mekka voor dansprofessionals. Bibeb beschrijft minutieus, met groot gevoel voor emotie en dramatiek, de ogenschijnlijk ietwat nukkige hoogbejaarde vakvrouw wier souplesse en hartstocht met het verstrijken der jaren er niet minder op zijn geworden. Bibeb slaagt er niet in Preobrajenska echt te spreken te krijgen: het blijft bij een kopje koffie waarbij Olga zwijgend de aanwezigheid van Bibeb aanvaardt. Wanneer Bibeb het heilloze van deze situatie inziet en besluit te vertrekken, knikt Olga warm en beminnend. Het is maar goed dat Olga, ‘de vrouw met de twintig kanaries’, heeft gezwegen: het portret van Bibeb is er beeldschoon van geworden, getuige bijvoorbeeld het volgende citaat waarin jong en oud versmelten tegen een achtergrond van krakend parket en een ontstemde piano.

“Ze draait zich om en danst de passen voor in de richting van de spiegel. Het kleintje, die met de vlechten en de paardestaart, de blonde en de grote volgen.
Dit is iets wat ik niet meer vergeet. Dit heeft het fantastische en gruwelijke van het leven. De kleine vrouw met de gedeukte rug en borst, aan het hoofd van deze jonge gratiën dansend naar de vette verduimelde spiegel, begeleid door de versleten piano.” 


Foto: Ed van der Elsken - Preobrajenska met een leerling

zondag 1 januari 2012

Plagiaat of prijzenswaardige parodie?

De Russische blogger Stanislav Sadalsky komt met een opmerkelijke vondst. Hij vergeleek schilderijen van de Wit-Russische socialistisch-realistisch schilder Valentin Volkov (1881-1964) met de werken van de Amerikaanse kunstenaar Sandow Birk (1962). Sadalsky vind een treffende vergelijking tussen het momumentale werk ‘Minsk 03 juli 1944’ van Volkov en het doek ‘The Liberation of Bagdad’ van Birk.

Links: Minsk 03 juli 1944 (Volkov)          Rechts: The Liberation of Bagdad (Birk) 











Zo ook een interessante gelijkenis tussen het doek ‘Magisch tapijt’ van de Rusissche kunstenaar Viktor Vasnetsov (1848-1926), die vooral bekend is van de ‘De drie bogatyrs’,  en het doek ‘The President’s Dream’ van Birk.

Links: Magisch tapijt (Vasnetsov)           Rechts: The President's Dream (Birk) 










Voor iemand als Birk, die er openlijk voor uitkomt dat hij zich laat inspireren door historisch werk, is de vondst van Sadalsky hoogstens interessant en niet aanstootgevend. Het label  ‘plagiaat’ kunnen we beter in de binnenzak houden. 

Victor Ljapkalo: de warme tegenhanger van Lucian Freud


Geboren in Uchta/Komi in Rusland in 1978. Studeerde aan de Repin Academie in St. Petersburg waaraan hij heden als docent is verbonden. Victor Ljapkalo woont en werkt in St. Petersburg.

Ljapkalo aan het werk




Zelfportret Ljapkalo

zondag 18 december 2011

De creatiefste viespeuk van Den Haag

Hans Borrebach (1903 - 1991): exhibitionistisch pornograaf en sexadept. Als illustrator ontwierp hij de omslagen van vele kinderboeken. Tijdens de Tweede Wereldoorlog nam hij een controversiële opdracht aan: het ontwerp van het affiche voor de zeer antisemitische film Der ewige Jude (De Eeuwige Jood, 1940).
Maar bovenal baarde Borrebach opzien met zijn pornografische strip Het meisjesinternaat (1987) en zijn voorliefde voor het masochisme en de sexfeestjes die hij organiseerde in zijn Haagse fotostudio.

In 1975 geeft Borrebach in het radioprogramma Nova Zembla een inkijkje in zijn leven. Daarin omschrijft hij zichzelf als wegbereider van de groepsex. Zijn hele huis was erop gericht om die groepsex spontaan te laten ontstaan. Speciaal voor deze partijtjes was in de kelder van het huis een grote zaal ingericht, voorzien van alle gemakken. De zaal werd belicht door twee schijnwerpers van 5000 Watt per stuk. Borrebach: “We maken het er altijd lekker warm en zorgen voor alle comfort. Deze bijeenkomsten zijn altijd erg plezierig. Het naar elkaar kijken wekt gevoelens op. We hebben wel avonden gehad dat iedereen er dol van werd.”

Scheveningseweg 80-82, Den Haag, 
Studio Hans Borrebach (foto  Jaap Rijkenberg, 1971)
In zijn gesprek met de VPRO komt Borrebach met een anekdote aanzetten uit het verleden. Borrebach: “Het is een oud verhaal van nog voor de oorlog. Er was een heel bekende man in Den Haag die een heel groot huis had waar hij party’s organiseerde. Om het exclusief te houden hield hij soms wel eens masturbatieparty’s. Aan het begin van de avond werden dan eerst wat borrels gedronken. Ook liep er een knecht rond, gekleed in livrei. Door het hele huis hingen prachtige donkerblauwe velours gordijnen. Wanneer de heren op een zeker moment tegen het gordijn hadden gespetterd dan kwam de knecht en blies wat zilverpoeder op dat natte spul. Dat hele gordijn zat tot een meter hoog vol met zilveren sterretjes. Dat was de trots van de heer des huizes!”

Ook tijdens de feestjes bij Borrebach thuis bediende een knecht de gasten. Tijdens die feestjes zat iedereen naakt aan het diner met prachtige kandelaars op tafel. Alleen de knecht was aangekleed en droeg een stijlvolle livrei. Dat riep spannende gevoelens op bij de gasten aan tafel, aldus Borrebach. 

Borrebach: “De eerste party die ik heb meegemaakt was nog voor de oorlog, bij een vriend ergens in Wassenaar. Het was een party met schattige aardige vrouwtjes. Het feest begon half aangekleed waarbij de prachtige mooie borstjes van de vrouwtjes boven de tafel uitkwamen. Op een gegeven moment komt de gastheer in kamerjas op. Aan het hoofd van de tafel slaat hij plots zijn kamerjas open en slaat met zijn harde lul op tafel en zegt: ‘Dames en heren, eet u smakelijk!’ ”

Hans Borrebach jaren 60 (foto Vrij Nederland)
Ook smakelijk vertelt Borrebach over het huwelijk van een vriend dat werd voltrokken bij hem thuis. Deze vriend was sterk sadistisch aangelegd en trok vrouwen aan die masochistisch neigingen hadden. Hij besloot te trouwen, in de zaal van Borrebach. De zaal was gevuld met vrienden en onder begeleiding van de huwelijksmars kwam het stel op in bruidstoilet, met het gezicht naar de zaal. Borrebach: “Het zag er keurig uit. Werkelijk waar. Het huwelijk werd ingezegend door een non, althans door een van de vrouwen die nonnenkleren had aangetrokken. Na voltrekking van het protocol en uitwisseling van de ringen draaide het koppel zich om met de rug naar de zaal. De bruid bleek van achter helemaal opengesneden, naakt dus.  Toen werd ze vastgebonden en verschrikkelijk fors met de zweep behandeld. De zaal schrok er zelfs van. Je moet de zweep vakkundig kunnen hanteren. Als je eerst striemen van links naar rechts hebt geslagen moet je daarna kruislings daarop slaan anders springt de huid open. Enfin, die vrouw schreeuwde uit. Mensen die hierin op kunnen gaan klinkt dat geschreeuw als muziek in de oren.”

Naast het leven van de zwoele soirees was Borrebach toch vooral een knap illustrator, een begenadigd fotograaf en schrijver van diverse meisjesboeken en instructieve fotoboeken (onder eigen naam en pseudoniemen Carl Bondam, Han Herckenrath en Henro de Montigny). 

Mondain Den Haag nummer 1 (1926), cover door Hans Borrebach

Meer covers en omslagen van Borrebach vind je hier.

Het meisjesinternaat (1987)




Affiche ontworpen door Borrebach (1987)

vrijdag 16 december 2011

Straatkunst: verbeelding aan de macht








maandag 5 december 2011

Geirthrudur Finnbogadottir Hjorvar

Geirthrudur Finnbogadottir Hjorvar is een beeldend kunstenares uit IJsland en werkt in het spanningsveld tussen tekst, tekeningen, installaties, beelden en fotografie. Met veel van haar werken wil Hjorvar de onmacht illustreren om het verleden opnieuw tot leven te kunnen wekken. Hjorvor woont en werkt in Reykjavik en Amsterdam.




I DON’T CARE IF IT HURTS 2007

An actress plays the part of a corpse for the duration of the exhibition and is complimented by a poster that illustrates the same Hegelian principle.

The performance is based on a contradiction between acting and being – it confirms the nature of metaphors when embodying its own reality.

The poster that accompanies it expresses a complimentary opposite of the performance; it is made of quotations that takes the shape of an eye. The eye becomes the 'i' in the 'if' of 'I Don’t Care if It Hurts.' While the specific quote is from a popular song by Radiohead, the pun lies in the ambivalence of what or who 'It' is.

Cast: Christina Flick, Hilde Caroline Labadie, Kimmy Ligtvoet

maandag 7 november 2011

Protserige Kunstausstellung herleeft online



De Große Deutsche Kunstausstellung werd in de periode 1937-1944 acht keer georganiseerd in het Haus der Kunst (een van de eerste nationaalsocialistische bouwwerken) te München. Deze tentoonstellingen behoorden tot de belangrijkste culturele evenementen in nazi-Duitsland.  Jaarlijks bezochten circa zeshonderdduizend mensen de tentoonstelling, die ook op verkoop was gericht. Hitler was de fanatiekste inkoper en spendeerde miljoenen Reichsmark aan de potpourri van smaakvolle, protserige en ronduit nazistische kunstwerken. Recentelijk werd een gratis toegankelijke online database gelanceerd, www.gdk-research.de, waarop veel nog nooit eerder gepubliceerde afbeeldingen van kunstwerken zijn terug te vinden die tijdens de Kunstaustellungen waren te bezichtigen. De database bevat informatie over de kunstenaar, de aanschafprijs en de koper. Hiermee ontstaat een uniek inkijkje in de propagandistische kunstbeleving van de nationaalsocialisten. Weliswaar niet altijd smaakvol,  maar wel een waardevolle historische reconstructie. 

Voor een treffende interpretatie door Hans Aarsman (Volkskrant) van een foto van Hitler tijdens de Kunstaustellung, ga naar de bijbehorende bijdrage van Plenzdorf uit 2008. 

Adolf Hitler, door Fritz Erler (schilder). Aangekocht door 
Edoardo Alfieri (Italiaans fascistisch politicus) voor 25.000 Reichsmark.

Der Führer, door Hermann Joachim Pagels (beeldhouwer). 
Aangekocht door Robert Ley (Duits nazi-politicus) voor 8.000 Reichsmark.

Ostkämpfer, door Wilhelm Sauter (schilder). Aangekocht door 
Adolf Hitler voor 15.000 Reichsmark.

Rudolf Heß, door Walter Einbeck (schilder). Aangekocht 
door Adolf Hitler voor 5.ooo Reichsmark. 

zondag 16 oktober 2011

Spannende parallel tussen 2009 en 1638

Van Haarlem - De monnik en de begijn
John Currin - Woman of Franklin Street













Het Frans Hals Museum in Haarlem trekt een spannende parallel tussen de Amerikaanse schilder John Currin (1962) en de Nederlandse tekenaar en schilder Cornelis Cornelisz. van Haarlem (1562 -1638). Currin is ondere andere bekend van de expliciete erotiek in zijn werk.
Het Frans Hals Museum heeft Currin’s werk ‘The Woman of Franklin Street’ (2009) gehangen naast Van Haarlem’s werk ‘De monnik en de begijn’ (circa 1590). De paralellen in perversiteit en vleselijkheid zijn treffend, temeer daar Currin zijn modellen ensceneert in een weelderige 17e eeuwse kamer (al refereren sommige details in het schilderij weer naar onze tijd, zoals het muiltje met hoge hak).   
Currin laat zich onder andere inspireren door Deense porno uit de jaren 70. Waarom? Omdat de acteurs vaak opvallend lelijk en middelbaar zijn en de interieurs niet om aan te zien (zo laat hij in een interview met NRC Handelsblad weten).

Bij het werk ‘De monnik en de begijn’ houdt het Frans Hals Museum er twee mooie theorieën op na als mogelijke verklaring bij de afgebeelde voorstelling.
De meest gangbare verklaring voor deze voorstelling van een monnik en een non is dat het een 16de-eeuwse satire zou zijn op het losbandige leven van kloosterlingen: monniken en nonnen werden vaak beschuldigd van drankzucht, vraatzucht, geldzucht en onkuis gedrag. De wijn en de vruchten zouden in dit geval wijzen op een losbandig leven.
In oude catalogi van het museum is het onderwerp van dit schilderij echter beschreven als ‘het mirakel van Haarlem’. Volgens deze legende werd een Haarlemse non beschuldigd van een verborgen zwangerschap en bevalling. Men dacht haar moederschap te kunnen bewijzen door in haar borst te knijpen: als er melk uit kwam was de beschuldiging waar. Op het schilderij is dan het moment afgebeeld dat een monnik ‘in de geneeskundige wetenschappen ervaren’ in de borst van de non knijpt. Volgens de legende gebeurde er toen een wonder: er kwam geen melk, maar wijn uit haar borst. Hiermee was de vroomheid en onschuld van de non bewezen. Wijn en vruchten wijzen in dit geval op een maagdelijk leven. Welke verklaring de juiste is, is niet zeker. (Bron: Frans Hals Museum)

donderdag 31 maart 2011

Zelfredzame uitzonderlijke vrouwen

Videokunst van Mika Rottenberg


In de Amsterdamse expositieruimte de Appel aan de Ferdinand Bolstraat wordt van 12 maart tot en met 8 mei het werk van Mika Rottenberg vertoont. Rottenberg toont een uitzonderlijke aanleg voor magisch realistische videoart. De vaak humoristische en gammele constructies in haar films zijn ongekend sterk. Zowel wat betreft het onderliggende concept, de casting, de camerashots en de geluidsvoering. Alles klopt. Met Rottenberg haalt de Appel één van de beste exposities in huis die sinds jaren op het gebied van de moderne kunst in Amsterdam te zien is geweest.

In haar films laat Rottenberg (1974, Beunos Aires, nu wonend in New York) productieprocessen zien waarin menselijke substanties zoals haar, bloed, nagels, zweet of tranen worden vermengd met slakroppen, make-up, tissues, gom of deeg om nieuwe producten te maken. De films hebben meestal geen duidelijk gemarkeerd einde; de handelingen zijn continue.  In haar films acteren doorgaans uitzonderlijke vrouwen zoals de volumineuze ‘Queen Raqui’ (http://www.raqui.com/). Deze BBW (Big Beautiful Woman) exploiteert haar extreme overgewicht vol trots voor talloze doeleinden. Zo ook voor de films van Rottenberg. Andere opmerkelijke verschijningen in Rottenbergs films: Bunny Glamazon, een lang  erotisch model en fetisjist met eigenaardige lichamelijke proporties;  Trixxter Bombshell die haar geld verdient door op mannen te gaan zitten en Heather Foster, een professioneel bodybuilder.
Al deze vrouwen zijn in Rottenbergs films zelfredzaam doordat ze doorgaans onderdeel zijn van een gesloten zelfvoorzienend systeem.

In totaal toont de Appel 11 films, variërend van twee tot twintig minuten in lengte. Hoewel nagenoeg alle films het aanzien meer dan waard zijn, hier een korte indruk van enkele hoogtepunten.

Film: Dough (2005-2006)
Raqui in 'Dough'
Een persiflage van een industriële bakkerij. Over fragiele loopbanden worden klonten deeg aangevoerd die door ‘big woman’ Raqui worden gekneed om vervolgens door te ‘druipen’ naar de volgende vrouw in de keten. Het kneden van de grote hompen zompig deeg heeft iets weerzinwekkends tegen de achtergrond van de geplooide leerachtige huid van Raqui. Door te ruiken aan bloemen wekt ze kunstmatige tranen op die als ingrediënt dienen voor het deeg.

Film: Mary’s Cherries (2004)
De drie gezette vrouwen in deze film verdienen in het echte leven hun boterham met erotische worstelpartijen. In deze opstelling plaatst Rottenberg de drie vrouwen in drie boven elkaar gelegen claustrofobische ruimtes met een soort stekelig stucwerk. De betreffende filmruimte in de Appel heeft dezelfde aankleding als de ruimtes in de film. In de bovenste ruimte laat een vrouw haar nagels razendsnel groeien onder een warmtelamp waarvoor de stroom wordt opgewekt door een fietsbeweging van de vrouw onder haar. De nagels worden afgeknipt en via een gat in de vloer vangt de vrouw onder haar de nagels op die de nagels tot een kleffe substantie maakt, welke weer wordt opgevangen door de vrouw onder haar die er maraschinokersen (een soort gekonfijte kersen) van draait.

Film: Tropical breeze (2004)

Felicia Ballos in 'Tropical Breeze'
In het laadruim van een busje vol dozen met tissues brengt danseres Felicia Ballos met uiterste lenigheid met haar tenen een tissue naar haar omhoog gestoken hand. De tissue bevestigt zij met een kauwgum aan het touw van een katrol waarmee zij de tissue naar de zwetende bestuurster  voorin het busje (bodybuilster Heather Foster) manoeuvreert. Foster veegt met de tissue het zweet van haar lichaam en stuurt de tissue met het katrol weer terug naar achteren. Zo worden met haar zweet ‘Tropical Breeze Lemon Scented Tissues Moist Tissues’ gemaakt.  

Film: Squeeze (2010) – Rottenbergs magnum opus (tot nu toe).
Een ondergrondse fabriek staat in contact met een rubberplantage in India en slaboerderij in Arizona. Het monotone werk op de rubberplantage en slaboerderij  wordt afgewisseld  met de systematische processen die zich afspelen in de ondergrondse fabriek. Arbeiders op de plantages kunnen hun armen door een gat in de grond steken om een armmassage te krijgen door masseurs die plichtmatig het proces van boenen, masseren en zalven afwerken. Tegelijk worden de slakroppen fijngehakt door vrouwen wiens billen continue worden beregend. De fabriek kan draaien dankzij de meditatie van de volumineuze Trixxter Bombshell. Ploegleider is het lange fetisjistische model Bunny Glamazon. Een verdere beschrijving heeft geen zin. Het absurdisme is haast onbevattelijk. 
Vanzelfsprekend zijn vanwege de rechten weinig fragmenten van Rottenbergs films online te zien. Onderstaand YouTube -filmpje geeft een impressie.  




Stills uit Squeeze

De Appel, Eerste Jacob van Campenstraat 59 (ingang Ferdinand Bolstraat), ‘Dough cheese squeeze and tropical breeze. Video works 2003-2010.’

maandag 14 februari 2011

Roltrapvrouwtje als peilstok voor menselijke conditie

De diepe metroschachten in Russische steden eindigen onder de grond bij het huisje van de roltrapbewaarster. Vanuit een smal hokje kijkt een oudere dame omhoog de schacht in. Zij tuurt naar de eindeloze stroom reizigers die lezend, flirtend of stoïcijns starend door de schacht bewegen op de lange roltrap. Olga Chernysheva (1962, Moskou) portretteerde de toezichthouders in de Moskouse metro. Deze beelden zijn hedendaagse sporen van een verleden dat nog als de dag van gisteren rondzingt door alle niveau’s van de Russische samenleving. Chernysheva brengt die sporen aan het licht in een pakkende expositie te Utrecht.

Die metro-roltrap-cultuur is een kenschets van hedendaags Rusland op microniveau. De schelle radioreclame die de reiziger van onder tot boven escorteert, de doorgaans uniforme vormgeving van de strakke cilindervormige lampen, het vrouwelijk schoon dat zich vanuit tegengestelde richting aan je blikveld voorbij trekt. Nu en dan begeven de dienstdoende vrouwtjes zich ook zelf op de roltrap, een natte zeem met zich meetrekkend over het houten middenschot tussen twee roltrappen.

Chernysheva’s fotorapportage van de Moskouse metro uit 2007 is nu te zien in Utrecht. Behalve deze ‘djezjoernaja’s’ (dienstdoende vrouwen) zijn ook een aantal aquarellen van het Russische straatleven te bewonderen. In haar 7-minutenfilm ‘De trein’ voert de camera je mee door een Russische trein. De passagiers trekken in een continue beweging aan de kijker voorbij totdat de camera stokt bij een treinperformer die uit zijn hoofd gedichten van Ruslands beroemdste dichter, Aleksandr Poesjkin (1799 – 1837), declameert. Opnieuw legt Chernysheva heel precies de vinger op een zeer kenschetsend Russisch fenomeen, namelijk de Russische treincultuur, welke nog vele sporen uit een verleden geschiedenis met zich mee torst. De fotorapportage van buschauffeurs die wekelijks de grote afstanden tussen Russische steden trotseren, verstevigen het sentimentele onderhuidse gevoel dat het werk van Chernysheva oproept. Chernysheva leert mij scherper kijken naar de Russische samenleving.


Uit de serie 'On Duty' (2007); hele serie....


BAK, Lange Nieuwstraat 4, Utrecht

zaterdag 1 januari 2011

Nationale Bibliotheek van Pristina (Kosovo)


Gebouwd in 1982 naar een ontwerp van de Kroatische architect Andrija Mutnjaković (1929). Het gebouw telt 73 koepels (volgens Onup. Architecture in Kosovo).

Toen Mutnjaković de opdracht kreeg om een bibliotheek te ontwerpen voor de ex-Joegoslavische provincie, was de spanning tussen Albanese en Servische Kosovaren al voelbaar. Op zoek naar een verenigend symbool kwam hij met de kubus en de koepel, gemeenschappelijke kenmerken van de Ottomaanse en Byzantijnse bouwstijlen die het uiterlijk van de regio bepalen.
Toen de NAVO in 1999 intervenieerde, werd de bibliotheek door het Servische leger gebruikt als hoofdkwartier van het commando. Al een jaar eerder was Albanese studenten de toegang tot het gebouw ontzegd. De beste tijden voor deze bibliotheek moeten nog komen. Het gebouw zou wel eens kunnen uitgroeien tot het nieuwe icoon van de natie.





Achtbaantrap van Mutter & Genth


Als onderdeel van ‘Ruhr 2010’, het Duitse Ruhrgebied als culturele hoofdstad van Europa, is in Duisburg recentelijk de stellage van het kunstenaarsduo Heike Mutter en Ulrich Genth voltooid. Het kunstwerk ‘Tiger & Turtle – Magic Mountain’ is een op achtbanen geïnspireerde trapconstructie. Het kunstwerk is toegankelijk voor bezoekers en ’s nachts wordt deze ‘landschappelijke handtekening’ verlicht.