zaterdag 28 juni 2008

Seksuele identiteit te Amstelveen

Gewoon Anders! heet de expositie in het Amstelveense Cobra Museum. Een expositie waarin tegen de achtergrond van de heteroseksuele overheersing in onze samenleving alle aandacht uitgaat naar een voyeuristische benadering van genderdysforie, transseksualiteit en homoseksualiteit. Hoewel de meeste de tentoongestelde objecten weinig beklijven is er een fascinerende selectie uit het oeuvre van fotograaf Erwin Olaf te bezichtigen, waarin een legendarisch portret van Ischa Meijer in vrouwenkleren angstaanjagend en vervreemd aandoet. Naast half ontwikkelde borsten, geslachtsdelen en mannenharen op vrouwenboezems, omvat deze expositie ook een enorme veelzijdigheid aan zogenaamde ‘kunst om de kunst'. De betekenis van het werk of het effect dat de kunstenaar met zijn werk beoogt is voor vele werken ver te zoeken dan wel niet te vinden. De aanzienlijke fietstocht naar de Amstelveense kern is voor deze expositie dan ook een zware tol.

Ik werd getroffen door een video-installatie van Amir Fattal bij de ingang van ‘Gewoon anders'. Een aidspatiënt danst in zijn zwaar getatoeëerde blote torso op het nummer ‘Das Zelt' van een voor mij onbekende Duitse band, Jeans Team. De man danst stijfjes en stoïcijns. Dit tegen een achtergrond van een saai slaapkamerinterieur. Het circa drie minuten durende fragment wordt in een ‘loop' afgespeeld waarbij de overgang tussen het einde van het fragment en het begin van het fragment omkering van de beelden suggereert. Deze video-installatie werkt hypnotiserend. De man kijkt je tijdens het dansen strak aan. In een onderschrift wordt toegelicht dat de man niet lang na de opnames overlijdt aan zijn ziekte. Gegeven deze gehele setting biedt de blik van de danser een kille inkijk in wat hem te wachten te staat. Eenzaamheid en de monotonie van het leven schreeuwen van het scherm. De danser danst tegen beter weten in; het gevoel van sterfelijkheid zal hem niet meer verlaten.

De tentoonstelling in het CoBra Museum refereert ook naar het werk van David Hockney. Hockney's Jif-schone taferelen van mannelijkheid in warme nieuwbouwtaferelen hebben een zwoele homo-erotische lading zonder daarbij expliciet te worden. Dit vermogen om in één beeld homoseksualiteit niet langer onderwerp van debat te laten zijn is meesterlijk. Hockney's werk is een goed gekozen dekmantel voor een thema waarvoor tentoonstellingmaker Frank Wagner soms moeilijk navolgbare keuzes heeft gemaakt. Jammer: tijd om Hockney naar Amsterdam te halen.

De website van Amir Fattal bracht mij bij zijn staaltjes schokkerende fotografie. Niet bepaald fijnzinnig maar wel prikkelend.

Jeans Team, ‘Das Zelt'



zondag 22 juni 2008

Bewierookte mystiek

Neemt deze beker en drinkt hier allen uit, want dit is de beker
van het nieuwe altijddurende verbond.
Dit is mijn bloed dat voor u en alle mensen wordt vergoten
tot vergeving van de zonden.

- Verkondigen wij het mysterie van het geloof -
Als wij dan eten van dit brood en drinken uit deze beker,
verkondigen wij de dood des Heren, totdat Hij komt.

- Eucharistisch gebed der Heilige Katholieke Kerk
als voorbereiding op het ter communie gaan -

Wanneer ik in volledige contemplatie per trein afzak richting Maastricht ben ik dikwijls verwikkeld in een innerlijke tweespalt. Enerzijds voelt het als een bad vol warmte, lieflijke geborgenheid en een larmoyante nostalgische doop. Maar tegelijkertijd bekruipt mij een gevoel van aversie tegen alles wat het vervliegen van de tijd heeft aangericht. Het Bourgondisch volkse verliest terrein op het oprukkende massaconsumentisme. De ontsiering van het landschap met eentonige nieuwbouw waarvan enkel de voordeurkleur een variabele toets herbergt, zet door. Gropius rest niets anders dan zich in zijn graf af te keren van de bezoedelde moderne Nederlandse woningbouw. Met het tanende aantal kleine gemengde boerderijen waar kip, koe en hond elkaar overstemmen, zorgen de brokkelige tractorsporen op de glooiende landelijke weggetjes tegenwoordig voor een ware consternatie.
De zachte bloesembedden van de fruitbomen die lonkend glitteren in het dal zijn gelukkig nog steeds een ware amuse voor de geest. Ik herinner mij nog dat ik als kind wel eens met mijn vader in de boomgaard kersen ging plukken. Deze onderneming voerde ons naar een klein dorpje aan de Maas om in de aldaar gelegen boomgaard met zwaar houten jaren dertig ladders de kruinen van de bomen te trotseren. Terwijl mijn vader zich ontfermde over het vullen van de kersenmand, de zogeheten koemel, bezigde ik mij met het rond eten van mijn buik door springend de laag hangende kersen te grijpen met mijn knuistjes. Terwijl mijn vader mij vanuit het bladerdek zo nu en dan probeerde aan te sporen ook aan de koemel een bijdrage te leveren onttrok ik mij daar met kinderlijke eenvoud aan. Ik amuseerde me met hink-stapsprongetjes door de weide, met stokjes roeren in koeienvlaaien en met kersen gooien op rustiek herkauwende viervoeters. In een zomers zonnetje, met luidruchtig krekelgezang en met strontvliegen op je voorhoofd, uitkijkend over lang gestrekte hoogstamboomgaarden aan de ene kant en tegen een aan de overkant van de maas in België gelegen ijzerrode klif die voor mij altijd het symbool is gebleven van Belgisch grondgebied, kon ik de wereld vergeten. Met de door het lichte briesje betraande ogen keerde ik mij weer richting mijn vader die mij uit mijn droom haalde met de melding dat de koemel vol was. Ik kan met weemoed terugdenken aan die momenten. Jammer dat ik ze niet meer kan herbeleven want nu zou ik veel meer de tijd nemen en geduld hebben om te proeven, te observeren en te ruiken. Het ongeduld dat een kind van die leeftijd eigen is, maken dat soort momenten kort maar misschien wel des te heftiger. De emoties van een kind zijn immers niet gecontroleerd. Mijmerend over deze pure vorm van innerlijke bevrediging gedurende het prille zorgeloze bestaan dat een kind kan overkomen, wil ik graag refereren aan de contouren van het vredig dorpje dat vanuit dit boerenland zich aan de horizon aftekende. IJkpunt was daarbij de uitermate bewonderenswaardige, niet zo zeer mooie, kerkspits. Rond vespertijd kon bij de juiste wind het langdurig zingen van de klokken vanaf de boomgaarden worden waargenomen. De stilte maakte plaats voor een serene aanmoediging tot bezinning. Die torenspits, schildert zich af voor mijn ogen wanneer gesproken wordt over het katholieke zuiden. Een groot deel van mijn moeders familie ligt daar begraven. Staande aan de graven aldaar, en met de blik op oneindig, tuur je over een vlakte van boomgaarden. Diezelfde boomgaarden waar ik zo fier mijn kleren besmeurde met het zoete kersensap. Op een lenteavond bij ondergaande zon krijgt het liturgische begrip "eeuwige rust" aanzienlijk meer betekenis. Hoewel ik geen katholiek (meer) ben heeft het Roomse decor zoals ik dat in mijn jeugdjaren heb geconstrueerd mij niet meer los gelaten. Ook al valt de kerk een torenhoog en onwrikbaar conservatisme te verwijten, zij is bestand gebleken tegen tijderosie. En dit is zowel de achilleshiel als de bekoorlijkheid van de katholieke kerk. Ik ben niet de laatste die de kerk verdorven hypocrisie verwijt in de weinig barmhartige encyklieken. Seksuele expansie is onder de knokige duimen van de aartsvaders nog steeds een illusionair begrip, waarvan het pontificaat van de gelukzalige Benedictus XVI nog maar eens moge getuige. Ik citeer: Hoewel de bijzondere neiging van een homoseksueel geen zonde is, is het een min of meer sterke tendens die naar een intrinsiek moreel kwaad neigt.

Waarvan akte.

zondag 1 juni 2008

Helikopterende fallus doorklieft toespraak Kasparov

De Russen hebben het in de vingers om erotiek en seksualiteit smakeloos te exploiteren. Daarin lopen zij zeker niet achter op de rest van Europa. Een mooi voorbeeld was de verbijsterende waarneming van Peter d'Hamecourt op een Russische bruiloft van een rijk proletenstel. De grootste wens van manlief (de 50 reeds gepasseerd) was om als herboren samen met zijn vrouw uit een marsepeinen vulva te stappen; en zo geschiedde.

De erectionele represaille waarop Garri Kasparov tijdens een toespraak werd getrakteerd door een politieke opponent was een enerverend machtsvertoon en past in bovengenoemd plaatje. Zou dit een samenzwering zijn uit de koker van Boris Gryzlovs ‘Verenigd Rusland'? Wat een enorm vernuft heeft het heersende bureaucratische machtsblok ingezet om Kasparov uit zijn concentratie te halen. Zijn woorden werden doorkliefd door een ratelende dildo die danste als een olijke vlinder. Nadat een uitsmijter met onstuimige agressie het roze gevaarte uit de lucht had geslagen trachtte Kasparov via wat schuine opmerkingen de lijn in zijn betoog weer op te pakken.

In de achterkamertjes van de machthebbers wordt Ruslands hoogwaardige technologische kennis effectief benut door ingenieurs rotoren aan dildo's te laten monteren. Na verschillende prototypen is het definitieve gevaarte op zijn minst erg natuurgetrouw te noemen. Hoeveel zwermen van deze radiografisch gestuurde penisjagers heeft de Russische overheid losgelaten? Wees gewaarschuwd!

Bekijk het YouTube filmpje Let wel: de ondertiteling is corrupt.

zondag 18 mei 2008

Четыре - de aderlating van modern Rusland

Четыре, Russisch voor ‘Vier'. Deze film uit 2005 van regisseur Ilya Khrzhanovsky is illustratief voor de aderlating van modern Rusland.

Drie Moskovieten, een ambtenaar, een prostituee en een slager, ontmoeten elkaar 's nachts in een bar en vertellen elkaar, onder de roes van sterke drank, leugens. Hierna gaat de aandacht uit naar de prostituee die naar huis loopt en op haar weg stampende heipalen, drassige braak liggende velden en fabrieksterreinen passeert. Vervolgens volgen we haar in haar appartementje. Veertien hoog, jaren '70, monsterlijk en troosteloos, een fragiele kolos. Vanuit haar kamertje in deze buitenwijk van Moskou kijkt zij uit op de schoorstenen van een verweerde grijze elektriciteitscentrale. Naakt en haar grote mooie borsten betastend rookt zij sigaretten in haar appartementje terwijl op het antwoordapparaat de ene na de andere kerel met zwoele stem te kennen geeft van haar betaalde geilheden gebruik te willen maken. De apotheose van de film is dat onze schone afreist naar een verdorven dorpje om een begrafenis bij te wonen. Alhier belandt zij in een orgie van dronken bejaarde tandenloze vrouwen die zich met vlijt van hun bustevangers ontdoen. Onderwijl worden gekookte varkensbeenderen op tafel gegooid, en scheuren de vrouwtjes als gieren stukken vet en vlees van de botten. Het vet druipt langs de zeer lokaal genestelde kinharen van de bejaarde steunkousdragers. Ziek van de zelfgestookte plattelands-wodka en door de aanblik van doorgedraaide oudjes die met hun gerimpelde pretentieloze borstjes pronken, belandt onze prostituee kotsend in de schrale buitenlucht. Onze stadsprostituee, getooid in kort rokje en met prachtige paarse gelakte nagels, verleidelijke blonde lokken, een donszacht gezicht en met kersen van tepels, moet weer terug naar de stad. Het Siberische plattelandsleven is haar generatie te machtig.

maandag 12 mei 2008

Hossein Sadjadi Ghaemmaghami Farahani: met ontzag en trots

Kader Abdolah staat in het middelpunt van de belangstelling sinds de gebundelde verschijning van ‘De Koran' en ‘De Boodschapper'. 28 april jongstleden was Kader te gast bij Hanneke Groenteman NPS radio Kunststof. Kader spreekt met een vederzachte stem, kiest zijn woorden zorgvuldig en geeft zijn uitstraling een emotionele, eerlijke en lieve zeggingskracht. Ik vind het ook vermakelijk om naar Abdolah te luisteren. Hiermee wil ik Kader niet ridiculiseren. Ik wil alleen de karikatuur Kader Abdolah blootleggen, zoals ieder zijn eigen stukje karikaturale aura heeft. Luister naar de fragmenten die onherroepelijk schreeuwen; hij is lief, hij geeft, hij vergeeft.



Luister achtereenvolgens:

* Kader, waar komt al die media-aandacht vandaan?

* Kader was toe aan vakantie, en toen...

* Kader leest soera 9 voor

* Zeg 'wees' en het 'wordt'

maandag 5 mei 2008

Pribaltiyskaya, einde van een Intourist-‘juweeltje’


Hotel Pribaltiyskaya (Прибалтийская) te Sint Petersburg straalt een hoop beton uit en een klein beetje hotel. Het aan de Finse Golf gelegen gedrocht boezemt ontzag in. Met zijn 1200 kamers en andere duizelingwekkende statistieken (dat schijnt te verkopen) was het Pribaltiyskaya in de jaren 80 het belangrijkste logement alwaar de tourist in Leningrad werd welkom geheten.

Het door Josef Stalin in het leven geroepen reisagentschap Intourist trakteerde de tourist op een gecontroleerd verblijf waarbij het de gast aan geen enkele sociaal realistische luxe mocht ontbreken.

Het Pribaltiyskaya werd ontworpen door architect Nikolai Baranov. Als onderdeel van het ‘Leningrad Maritieme Façade'-project werd het gebouw na een bouwtijd van zes jaar opgeleverd door de Zweedse betonbouwer Skanska. Het hotel was vermaard om zijn onvriendelijk personeel en slechte service; tsja, het is waarschijnlijk bedenkelijk als ik geneigd ben dit nu charmant te noemen. ‘Het Pribaltiyskaya' is een begrip in Sint Petersburg en het gebouw intrigeert mij. Zijn sobere plompe gestalte in een omgeving van monotone hoogbouw. En zijn naam; zwaar, Russisch, een lekker woord.

De typische fijngesneden strakke cyrillische letters op het dak van het Pribaltiyskaya vormen een waardige kroon waar de hele uitstraling van dit gebouw aan ophangt. Een jaar nadat ik het Pribaltiyskaya voor het laatst had gezien reed ik opnieuw langs het gebouw. De aantrekking van het gebouw was een andere dan die in mijn herinnering. Er was iets veranderd. Het Pribaltiyskaya was niet langer het Pribaltiyskaya. In een veel minder geraffineerd lettertype prijkt nu de naam van het hotelimperium van de Amerikaanse Carlson Group, Park Inn. Natuurlijk realiseer ik mij dat dit proces van veramerikanisering en vercommercialisering van Rusland zich in een onnavolgbaar tempo voltrekt en het Pribaltiyskaya een logisch slachtoffer hiervan is. Maar mijn fascinatie voor dit gebouw is gekelderd; het is niet langer het gebouw van weleer. Voor mij is het verdwijnen van het groteske П Р И Б А Λ Т И Й С К А Я symbool geworden van een land in transitie en de noodzakelijke aansluiting bij een uniforme wereldeconomie.



zondag 27 april 2008

Mort des hauts fourneaux Liégeois: Cockerill-Sambre, de ziel van de metallo’s

Velen zullen nog wat gas bijgeven wanneer zij bij Maastricht de grens met België overgaan. Al snel doemt een verkolengruisde werkelijkheid op. Nederlanders op vakantie naar het zuiden, nog een beetje wennend aan de lassen in het wegdek en gescheurde banden in de bermen. Troosteloze frietenkotten tegen een achtergrond van vergrauwde industriestadjes. Het is de thuishaven van les métallos (staalarbeiders).

Behalve dat ik erg gesteld ben op deze contreien omdat ik op een steenworp afstand ben opgegroeid, brengt de rook van Liège (dat is iets anders dan Luik!), en meer precies de rook van Seraing en Ougrée, mij keer op keer in een grote staat van ontroering. Ik heb het gevoel dat ik deze fascinatie met mijn vader deel. Hij zegt het nooit zo expliciet, maar hij schat ieder klein naargeestig straatje in Liège op zijn waarde en kent alle plekjes die deze stad zijn allure van mistroostigheid meegeven. Als hij naast mij zit in de auto, suizend over de periferie van Liège, dan noemt hij met grote exaltatie en sterk articulerend de Waalse plaatsnamen op die op de snelwegborden worden afgekondigd: Lixhe, Cheratte, Seraing, Visé en Bressoux. Allen plaatsen die zuchten onder het industriële verleden dat ooit het aanzien van Wallonië recht aandeed.

Onmisbaar is de voormalige Cockerill-Sambre Société Anonyme, de staalfabriek gelocaliseerd in Seraing (province de Liège) aan de rivier de Meuse (Maas). Het is geen toeval dat het broertje van deze staalverwerker trouw zijn rookwalmen uitpuft aan de oever van de Sambre-rivier te Charleroi. In 1817 werd het concern door John Cockerill (Haslington, Engeland, 1790) opgericht. John Cockerill was dikwijls te gast bij koning Willem I (koning van de Hollands-Belgische unie) te Den Haag die een voornaam geldschieter was voor de plannen van de Cockerills. In 1817 schaft Cockerill een aardig optrekje aan te Seraing. Deze voormalige zomerresidentie van de prins-bisschoppen van Liège1 is de perfecte uitvalsbasis voor de ‘vermetalisering' van de regio. Guido Fonteyn (voormalig journalist bij de De Standaard) verhaalt in zijn boek ‘Afscheid van Margritte' indringend over Wallonië en de Cockerills die in heel Europa belangen verwierven in grote staalverwerkende fabrieken. Fonteyn, notabene Vlaming, mag met recht een Wallonië-kenner worden genoemd. Fonteyn heeft het hart voor het Waalse land op de liefdevolle plaats.

Sinds de Cockerill-Sambre met zijn geraamte toezicht houdt op het Waalse grijze hart is er veel gebeurd. De onderneming onderging diversie fusies, nam meerdere concerns over en werd tenslotte zelf verzwolgen door grootkapitaal: fusie met Ougrée-Marihaye onder de naam Cockerill-Ougrée (1955); fusie met Hainaut-Sambre waardoor het bedrijf opnieuw onder de naam Cockerill-Sambre opereerde (1981). In 1998 werd ‘de' Cockerill-Sambre zelf overgenomen door Usinor, later zelf overgenomen door Arcelor (inmiddels ArcelorMittal). ArcelorMittal is niet vies van het verleden van zijn recente aanwist en geeft op de website van ArcelorMittal Liège enig inzicht in de ontstaansgeschiedenis.

Het uiteindelijke lot van John Cockerill is wellicht even treurig als het lot van het prachtige Franstalige achterland waar hij met zijn handelsgeest begin negentiende eeuw neerstreek. Eind dertiger jaren van de negentiende eeuw gaat het ten gevolge van een bankencrisis slecht met Cockerill-Sambre. Cockerill vertrekt uit Seraings om er nooit meer terug te keren. In een verwoede poging zoekt hij steun bij Willem van Oranje en de Russisch tsaar Nicolaas I. Het mocht niet baten. Cockerill stierf op zijn terugweg uit Rusland, beseffende dat hij de wensen van de duizenden werknemers die onder de rook van Liège zijn terugkomst afwachtte niet zou kunnen vervullen. Ziekte of zelfmoord? De ware toedracht van zijn dood blijft in nevelen gehuld; net als de toekomst van de prachtige streek die hij heeft getekend voor het leven.

In 2005 en 2007 zijn twee hoogovens van Cockerill-Sambre gesloten. Deze ontwikkeling heeft tot veel onrusten geleid onder de trouwe metallo's. De rook wordt dunner en daarmee het broodbeleg.Dat de trots en arbeidersideologie van dit stukje België gezien en geholpen moge worden. Ook Seraing, ook Lixhe, ook Cheratte, ook Visé, ook Bressoux is waar België fier op moet zijn! De vraag is of daarvoor niet eerst de machtige Parti Socialiste het veld moet ruimen. Voor mij blijft Cockerill-Sambre een thuis, een herinnering en een grote liefde voor een overdonderende en boeiende streek.

1. Afscheid van Magritte, Over het oude en nieuwe Wallonië - Guido Fonteyn (uitgegeven door Meulenhoff │Manteau)

zondag 20 april 2008

Oradour-sur-Glane



10 Juni 1944 16.00 uur, vier dagen nadat de Atlantikwall zijn ´betonnen´ geest gaf: in het inferno van Oradour wordt een complete dorpsgemeenschap verzwolgen. Pantserdivisie ‘Das Reich´ richt met kille organisatorische precisie een bloedbad aan en in nauwelijks een uur tijd zijn de harten van honderden families tot as vergaan. Wat overblijft is een verderfelijke schroeilucht en een stilte die in schril contrast staat met het rumoer van een klassieke plattelandse dorpsgemeenschap. De deelneming die Frankrijk betuigt door het geruïneerde Oradour tot monument te verheffen vind ik een bewonderenswaardige manier van omgaan met oeverloos leed. Het behoeft voor onze generaties geen uitleg meer wanneer zij in aanraking worden gebracht met de rauwe werkelijkheid. Geen weggeplamuurde kogelgaten, geen herbouwde gevels, geen monument te midden van gezellige terrasjes en klaterende fonteinen. Sec de werkelijkheid zoals deze voor het laatst door Duitse mortieren is beroerd, in die zomer van ´44. De grasvlakten rond Oradour zijn in de zomer gezegend met boterbloemen, madeliefjes en kwetterende vogels. Maar in de ruïne met zijn zwijgende kerkklokken houdt zelfs de natuur zijn adem in.


dinsdag 15 april 2008

De wereld gereduceerd tot poep

Marcelo Segall's poepkunstwerken treffen de kijker. Je gluurt mee naar het inwendige van de kunstenaar. Poep is poep en zo heeft Segall het bedoelt; refererend naar de voyeuristische rage van de laatste jaren. Drollen in borden van hars en een bruidstaart gefundeerd op familiaire poep. De in hars geconserveerde uitwerpselen zijn wit uitgeslagen. Segall gebruikte voor zijn poepcreaties de ‘productie' van zijn hele gezin. Segall wil niet meer duiden dan een overdonderende kijk op de realityprogramma's en de overvloedige consumptie van deze tijd. Tijdens mijn bezoek aan deze tentoonstelling bij Galerie Masters op de Eerste Jan Steenstraat te Amsterdam wist de galeriebewaarder van die dag mij mee te voeren in zijn fascinatie. "Ik zou zo graag een taartpuntje poep aanschaffen" vertelde hij mij, "maar ik ben zo bang dat mijn vrouw daar niet erg gecharmeerd van zal zijn". Ontroering en jaloezie bekropen mij; deze man was bevlogen van de poepkunst en dat was vertederend om te zien. Segall heeft poep tot poep gereduceerd; en dat is knap. Het is poep om naar te kijken en een knipoog naar De Sade.

Volg onderstaande link en Jerzy leest je een stukje voor uit het vermaarde boek ‘De geverfde vogel'. Weliswaar zeker niet mikkende op het voyeurisme, maar wel ‘mens en poep' op esthetische wijze met elkaar in gevecht: De geverfde vogel

zaterdag 12 april 2008

De onbevredigende zondagsjeuk


Maria Goos in radio Opium:
"Ik heb een hekel aan de zondag"

De zondag: de dag van de verveelde gezichten, van het waterige zonnetje, van de kuierende kantoorklerken, van de te gezellige gezinnen. Een dag van orgelmuziek en strompelende jongeren. Een moet-dag; de vrije zondag moet presteren en compenseren voor een afstompende werkweek. De zondag is de dag van het watertuig; zongebruinde mannen op sloepen met toastjes en rosé. Zondag is de tour- en slenterdag.Geen ander kan de troosteloze gezapigheid van de zondag beter onder woorden brengen dan Johnny van Doorn, met zijn zondagsexegetisch declamaat:


O zondag
Met je geuren van braadvlees
Met je mijmeringen
Je tukjes. Je wandelingen. Je zitjes.
Je gekamde haar en je schone kleren.
O zondag.

J. van Doorn

Lieve Maria en andere zondaghaters, veel sterkte morgen. Luister naar het gedicht van J. van Doorn voorgedragen door Jerzy Plenzdorf:



Luister hier naar de meester zelf en voel mee: