Het vriest dat het kraakt, de snijdende wind fluit langs de weerloze houten huisjes. De scherpe geur van vochtig brandhout verdringt de mestlucht van het vee. Vereelte werkhanden breken een stuk brood. Een ratelend spinnewiel wiegt de bewoners in slaap. Een gesprek met de jonge Wit-Russische filmmaker Andrei Kutsila. Hij presenteerde tijdens het Amsterdamse Documentairefestival IDFA een beeldschone karakterisering van het Wit-Russiche platteland in zijn jongste productie ‘Dnjoeka’.
Het Wit-Russische plattelandleven anno nu is er een van vervlogen tijden. Tegen de schitterende enscenering van bevroren riviertjes, besneeuwde huisjes en briesende paarden geven de Wit-Russische filmmakers Kutsila (plaats, 1983) en Nalivaiko (1985) een kijkje in het leven van een bejaard echtpaar. Victor zorgt voor de varkens en het paard Natasja, hij legt een kaartje met zijn vrienden en is stevig aan de wodka. Zijn vrouw Antonina boent, kookt, spint en zorgt voor de geiten en kippen. ’s Middags kijkt ze een soap op de televisie. Zij beklaagt zich over het alcoholgebruik van haar man. Soms kan hij niet eens meer op zijn benen staan.
Tegen deze tragische achtergrond van een hard leven straalt het licht van het altijd knisperende vuurtje. Victor doet naar oud Russisch gebruik graag een dutje op de warme bakstenen van de Russische oven (pjetsj). Met de komst van de lente verzacht het leven. Paard Natasja draaft door de wei, Victor keuvelt met vrienden op het stoepje voor het huis en Antonina zorgt dat het huishouden in het gareel blijft. ‘Vrouwen, wat heb je eraan’, moppert Victor. ‘Ze zouden ze allemaal hun hoofd moeten afhakken’.