zondag 30 november 2008

Dessau, genau wie es war.....(3)




Tallinn (Eesti Vabariik)

zaterdag 22 november 2008

Struikelen over het verleden: Stolperstein

In het kader van het 7e Joods Filmfestival te Amsterdam werd de documentaire Stolperstein vertoond van regisseuse Dörte Franke. Stolperstein geeft een kijkje achter de schermen van het in Duitsland inmiddels vermaarde stolperstein project van kunstenaar Gunter Demnig. Samen met zijn ‘lekkere schätzchen’ (zijn metgezellin Uta Franke) heeft Demnig inmiddels zeventienduizend stolpersteinen geplaatst, voornamelijk in Duitse trottoirs. Wat begon als een bescheiden kunstproject, groeit inmiddels uit tot een Europees gedenkteken.

De stolperstein is een messing gedenkplaatje dat in het trottoir wordt gelegd voor de woning waarvandaan Joden in de Tweede Wereldoorlog zijn gedeporteerd. De stolperstein vormt voor de nabestaanden een stoffelijke herinnering, een plekje om  te gedenken. Op de meeste plaatjes wordt achtereenvolgens vermeld: naam, deportatiedatum, datum waarop het betreffende slachtoffer is vermoord en de plek (veelal concentratiekampen) waar dit gebeurde. De steentjes worden op aanvraag gelegd voor een bedrag van 95 euro. Meestal worden de stenen aangevraagd door nabestaanden of buurtbewoners die zich verenigen om het vereiste bedrag bij elkaar te krijgen. 
In de film Stolperstein volgt Dörte Franke de goedaardige rouwdouwer Demnig in zijn werk. Demnig heeft er inmiddels zijn levenswerk van gemaakt. Vakanties worden uitgesteld: “Iedere stolperstein telt.”, benadrukt Demnig. De stenen worden met de hand vervaardigd door de kunstenaar. Hoe groot het project ook wordt, dit dient ook zo te blijven volgens Demnig. Hij wil geen machinale productie van de gedenkstenen: “Machinaal, machinaal was de Endlösung.   
Met zijn rode LKW reist Demnig de hele Bundesrepublik af om de stenen zelf vakkundig in de stoepen te vereeuwigen. Menigmaal wijdt de plaatselijke gemeenschap een ceremonieel samenzijn aan een zogenaamde verlegung. Met enig technisch retoucheerwerk weet documentairemaakster Franke, met gevoel voor dramatiek, de opmerking van een jong kind hoorbaar te maken: “Mutti, mutti, das sind trauersteinen!
Behalve in Duitsland liggen inmiddels ook stolpersteinen in Oostenrijk, Hongarije en Nederland. Hoewel de Nederlandse naamgeving voor de stolperstein nog niet volledig is uitgekristalliseerd lijkt de letterlijke equivalent ‘struikelsteen’ inmiddels breed gedragen. De eerste struikelsteen in Nederland werd door Demnig gelegd in het Twentse Borne, voor het huis van wijlen Izak Zilversmit.  Zilversmit was 90 jaar oud toen hij werd gedeporteerd. Zijn steen: “Hier woonde Izak Zilversmit, 90, geboren 1852, gedood 1942, in Sobibor.” De huidige bewoner van het voormalig huis van Zilversmit, Jaap Grootenboer, was naar Amsterdam getogen om de vertoning Stolperstein bij te wonen en het speciale gedenkwaardige karakter van de stenen toe te lichten. In Weesp, Hilversum en Eindhoven zullen op korte termijn ook struikelstenen worden gelegd. Het monument van Demnig  begint uit te dijen tot een grensoverschrijdend denkmal.
In haar film belicht Franke een opvallend fenomeen, de zogenaamde aktion stolperstein putzen. Kinderen van SS-ouders trekken er met vodden op uit om de gedenkklinkers op te poetsen tot straatspiegels. Een metafoor voor de tol die deze kinderen betalen; getekend en belast met de wandaden van hun voorgeslacht.

Onder begeleiding van de camera togen Demnig en zijn schone naar Wenen om de stolpersteinen aldaar kritisch te aanschouwen. Deze stenen zijn namelijk niet door Demnig zelf gelegd; het zijn imitaties van zijn stenen. Demnig bekijkt aandachtig de afwerking van de Weense ‘nepstenen’ en komt tot de zijns inziens frustrerende conclusie: “Das ist ja reinste plagiat!” Opeens slaat het karakter van de zachtaardige Berlijner om. Zijn zakelijke instinct maakt hem alert op zijn auteursrechten. Het schone en beladen vertrekpunt van het stolperstein-project liet mij even los toen zich de zakelijke inborst van onze kunstenaar voor de camera voltrok.
Ik ben absoluut pleitbezorger van een tegen plagiaat beschermde kunstsector, maar de uitroep van Demnig deed mij huiveren. De zuiverhuid van zijn beweegredenen zwalkte even, maar is veruit van ondergeschikt belang voor de betekenis en reikwijdte van zijn project. Wees bedacht op de stolperstein: sta stil, buig voorover en heb respect. De herinneringen liggen op straat…om niet te worden vergeten.

Documentaire Stolperstein
Regie: Dörte Franke • Duitsland, 2008 • 72 min


http://www.joodsfilmfestival.nl/images/films/Stolperstein.jpg

dinsdag 18 november 2008

Struikelen over het verleden: Stolperstein

In het kader van het 7e Joods Filmfestival te Amsterdam werd de documentaire Stolperstein vertoond van regisseuse Dörte Franke. Stolperstein geeft een kijkje achter de schermen van het in Duitsland inmiddels vermaarde stolperstein project van kunstenaar Gunter Demnig. Samen met zijn ‘lekkere schätzchen’ (zijn metgezellin Uta Franke) heeft Demnig inmiddels zeventienduizend stolpersteinen geplaatst, voornamelijk in Duitse trottoirs. Wat begon als een bescheiden kunstproject, groeit inmiddels uit tot een Europees gedenkteken.

De stolperstein is een messing gedenkplaatje dat in het trottoir wordt gelegd voor de woning waarvandaan Joden in de Tweede Wereldoorlog zijn gedeporteerd. De stolperstein vormt voor de nabestaanden een stoffelijke herinnering, een plekje om  te gedenken. Op de meeste plaatjes wordt achtereenvolgens vermeld: naam, deportatiedatum, datum waarop het betreffende slachtoffer is vermoord en de plek (veelal concentratiekampen) waar dit gebeurde. De steentjes worden op aanvraag gelegd voor een bedrag van 95 euro. Meestal worden de stenen aangevraagd door nabestaanden of buurtbewoners die zich verenigen om het vereiste bedrag bij elkaar te krijgen. 
In de film Stolperstein volgt Dörte Franke de goedaardige rouwdouwer Demnig in zijn werk. Demnig heeft er inmiddels zijn levenswerk van gemaakt. Vakanties worden uitgesteld: “Iedere stolperstein telt.”, benadrukt Demnig. De stenen worden met de hand vervaardigd door de kunstenaar. Hoe groot het project ook wordt, dit dient ook zo te blijven volgens Demnig. Hij wil geen machinale productie van de gedenkstenen: “Machinaal, machinaal was de Endlösung.   
Met zijn rode LKW reist Demnig de hele Bundesrepublik af om de stenen zelf vakkundig in de stoepen te vereeuwigen. Menigmaal wijdt de plaatselijke gemeenschap een ceremonieel samenzijn aan een zogenaamde verlegung. Met enig technisch retoucheerwerk weet documentairemaakster Franke, met gevoel voor dramatiek, de opmerking van een jong kind hoorbaar te maken: “Mutti, mutti, das sind trauersteinen!
Behalve in Duitsland liggen inmiddels ook stolpersteinen in Oostenrijk, Hongarije en Nederland. Hoewel de Nederlandse naamgeving voor de stolperstein nog niet volledig is uitgekristalliseerd lijkt de letterlijke equivalent ‘struikelsteen’ inmiddels breed gedragen. De eerste struikelsteen in Nederland werd door Demnig gelegd in het Twentse Borne, voor het huis van wijlen Izak Zilversmit.  Zilversmit was 90 jaar oud toen hij werd gedeporteerd. Zijn steen: “Hier woonde Izak Zilversmit, 90, geboren 1852, gedood 1942, in Sobibor.” De huidige bewoner van het voormalig huis van Zilversmit, Jaap Grootenboer, was naar Amsterdam getogen om de vertoning Stolperstein bij te wonen en het speciale gedenkwaardige karakter van de stenen toe te lichten. In Weesp, Hilversum en Eindhoven zullen op korte termijn ook struikelstenen worden gelegd. Het monument van Demnig  begint uit te dijen tot een grensoverschrijdend denkmal.
In haar film belicht Franke een opvallend fenomeen, de zogenaamde aktion stolperstein putzen. Kinderen van SS-ouders trekken er met vodden op uit om de gedenkklinkers op te poetsen tot straatspiegels. Een metafoor voor de tol die deze kinderen betalen; getekend en belast met de wandaden van hun voorgeslacht.

Onder begeleiding van de camera togen Demnig en zijn schone naar Wenen om de stolpersteinen aldaar kritisch te aanschouwen. Deze stenen zijn namelijk niet door Demnig zelf gelegd; het zijn imitaties van zijn stenen. Demnig bekijkt aandachtig de afwerking van de Weense ‘nepstenen’ en komt tot de zijns inziens frustrerende conclusie: “Das ist ja reinste plagiat!” Opeens slaat het karakter van de zachtaardige Berlijner om. Zijn zakelijke instinct maakt hem alert op zijn auteursrechten. Het schone en beladen vertrekpunt van het stolperstein-project liet mij even los toen zich de zakelijke inborst van onze kunstenaar voor de camera voltrok.
Ik ben absoluut pleitbezorger van een tegen plagiaat beschermde kunstsector, maar de uitroep van Demnig deed mij huiveren. De zuiverhuid van zijn beweegredenen zwalkte even, maar is veruit van ondergeschikt belang voor de betekenis en reikwijdte van zijn project. Wees bedacht op de stolperstein: sta stil, buig voorover en heb respect. De herinneringen liggen op straat…om niet te worden vergeten.

Documentaire Stolperstein
Regie: Dörte Franke • Duitsland, 2008 • 72 min

Naar de website van Gunter Demnig

donderdag 13 november 2008

Isaac de Benserade (1612 - 1691)

Tussen de Peer en het Kaas
Weet mijn hart niet te kiezen:
Neem ik het Kaas,
Dan mis ik de Peer;
Neem ik de Peer,
Dan mis ik het Kaas.



vrijdag 7 november 2008

De Reichskanzler op de Große Deutsche Kunstausstellung

In 2004 selecteerde Hans Aarsman voor de Volkskrant onderstaande foto. Een vakkundige keuze. Deze foto biedt een unieke kijk op de man uit Braunau am Inn wiens grootsheid te allen tijde tot in perfectie werd georkestreerd. Op deze foto is de regie even verslapt en steunt hij desolaat op de rugleuning van de bank.
Aarsman ontwaart vermoeidheid bij de Führer en beredeneert dat een dergelijke foto onder geen beding naar buiten mocht komen: het volk mag zijn Führer niet in uitgebluste toestand zien. Hitler was vertrouwd met fotograaf Walter Frentz, wat ongetwijfeld inhield dat hij op dit moment niet alert op zijn poses hoefde te zijn.
De foto is geschoten tijdens de vierde Große Deutsche Kunstausstellung, een etalage van diplomierte nationaalsocialistische kunst. Tegelijk met deze Kunstausstellung werd de Ausstellung „Entartete Kunst“ in 1937 geopend om het Duitse volk een geënsceneerde tegenstelling voor te schotelen. De Arische kraft-kunst versus de avant-gardistische ‘geestverziekende’ Entartete Kunst.
Wanneer ik naar deze foto kijk dan zie ik geen groot leider van een groot Duits rijk. De ‘man met snor’ is ineengezegen tot een miezerige apathische verschijning. Zijn blik, omhoog, straalt een zekere moedeloosheid uit. 1940, voor hem niet bepaald het jaar om bij de pakken neer te zitten. De vrouw rechts kijkt in dezelfde richting. Alsof ze ergens voor zwichten, voor een hogere macht die hen vanuit de hoogte berispend toespreekt. Als een kleine schooljongen ondergaat Hitler de reprimandes. Het desperate hoopje dat daar op de bank zit is misschien wel des te tekenender voor de onberekenbare persoonlijkheid die Hitler was.
Een veelzeggende foto.



Tagesspiegel, 16 juli 2004, Hitler op de Große Deutsche Kunstausstellung, München 1940

Foto: Walter Frentz (propagandist van het Derde Rijk)

Jerzy - uitgelicht

vrijdag 31 oktober 2008

Octobas


De octobas, 3,5 meter hoog, slechts drie exemplaren wereldwijd. Het instrument vereist twee muzikanten; een snarenbespeler die via een trapje de fretten indrukt en een tweede muzikant die de strijkstok behandelt.

dinsdag 28 oktober 2008

De hamer uit het oosten

De zware voetstappen van de tijd en de angstwekkende ademhaling van de eeuwigheid


Galina Ivanovna Oestvolskaja: geboren in Petrograd, opgeleid in Leningrad en gestorven in Sint Petersburg. De bombastische tirades voor piano, cello en viool van deze telg uit de Sjostakovitsj-leerschool konden onder het communisme geen faam verwerven. Een tragedisch lot viel haar partituren ten deel. De vrijzinnige en eigenzinnige composities van Oestvolskaja waren niet besteed aan de criticasters onder het Sovjetregime.
In een park aan de rand van Sint Petersburg, pratend met de vogels en de mieren, kwamen haar werken in alle stilte en contemplatie tot stand. Schuw teruggetrokken liet zij de natuur op zich inwerken en vertolkte ‘het’ bestaan in zwaarlijvige bladmuziek.
Zij was wars van diepgravende analyses van haar muziek. De werken die zij schreef voor kleine ensembles mogen onder geen beding worden bestempeld als ‘kamermuziek’, aldus de grootmeesteres. Haar werk is als geen ander en derhalve kan het geldende muziekjargon niet voor haar werk worden aangewend.
Onlosmakelijk verbonden met Oestvolskaja is de documentaire die Cherry Duyns met Reinbert de Leeuw (dirigent, pianist, componist en medeoprichter van het Schönberg Ensemble) maakte rond de ontmoeting met Oestvolskaja, maart 1992 te Sint Petersburg. De mensen-mijdende Oestvolskaja wenst niet in beeld te komen, op de eerste begroeting met Reinbert de Leeuw na. Uit deze documentaire citeer ik Aleksander Salin (ingewijde in de muziek van Galina Oestvolskaja): ‘ze is bang voor de mensen die hier verdierlijkt zijn’ (waarmee hij doelt op de verruwing van de mensen onder het communisme).
De documentaire van Duyns en De Leeuw vertelt een prachtig verhaal. Reinbert de Leeuw is zeer bedreven in het werk van Oestvolskaja, waarmee hij haar respect weet af te dwingen. Het zou hem met grote vreugde vervullen indien hij de gelegenheid zou krijgen om in een concertzaal te Sint Petersburg, voor Oestvolskaja alleen, de vijfde pianosonate te spelen. Oestvolskaja wordt uitgenodigd. Met groot gevoel voor dramatiek legt Duyns een lege concertzaal vast onder het tirannieke klankenspel van Oestvolskaja, uitgevoerd door De Leeuw. De verbitterde toondichteres is niet komen opdagen. Wel draagt zij "Dies irae" (compositie nummer 2 voor 8 contrabassen, piano en slagwerk) op aan Reinbert de Leeuw.
Gelukkig komt er vlak voor haar dood nog een herkansing. In 2005 brengt de al zieke Oestvolskaja een bezoek aan het Muziekgebouw aan het IJ te Amsterdam voor de registratie van haar Tweede Symfonie. Uitermate kritisch volgt zij de registratie waar zij met zichtbaar genoegen getuige van is.

22 december 2006 slaakt ‘de hamer’ haar laatste zucht, een weinig omvangrijk maar donderzwaar oeuvre achterlatend. Een oeuvre dat postuum de erkenning zal krijgen dat het verdient. Inderdaad, van een tragiek die Oestvolskaja past.

Luister naar Draaiboek van een eenling door Jerzy Plenzdorf bij Oestvolskaja's groot duet voor cello en piano (1959).



Draaiboek van een eenling

Bij het groot duet voor cello en piano (1959) – Galina Ustvolskaya

De kademuren tekenen zich af
Tegen een statige achtergrond van imperiale stadsarchitectuur
De nacht heeft de dag net weg geplaagd
De kou grijpt hen die zich op straat begeven

De straatprostituee wrijft zich warm aan de spaarzame klandizie
De laatste drinkebroers worden uit de taveernes gekeken
En zij, zij is alleen, en toeft in de duisternis waar niemand haar kan zien
Mijd de lichtwolken van de spaarzame lantaarns

Met tranende ogen van de kou
Gluurt zij naar de mensen op straat
Badend in haar eenzaamheid
Een heftig zoenend stel in een trapportiek
slaat zij met minachting gade

Het windt haar op zolang het onbereikbaar voor haar is
Haar laatste zoen, was die van hem, de smerige pederast
die liefde slokte in plaats van koesterde
Zij haatte hem, want hij bedierf haar zeden

Om de hoek is de straat volledig verlaten
De wind speelt met het straatafval
In een enkel huis brand nog een spaarzame lamp
De spaarzame lamp van de eenling

Zij warmt zich, zo nu en dan
aan de latrinelucht uit de straatputten
Ze plukt een verfrommelde sigaret uit haar plunjezak
En onder de diepe halen aan de sigaret
Zwelt haar misantropische extase aan

Zo zwijmelt zij als ziel alleen
Met verkropte haat en smart
Jegens alles wat mooi en gelukkig is
Jegens alles wat lief en genegen is

Een oude afgepeigerde auto
Knettert met veel vertoon en snelheid
Over de lassen in de perfide weg
Waarna het geluid weer wordt afgevangen door de stilte

Overvallen door zweet en duizelingen
Zwalkt zij langs de herenhuizen
628, 630, 632, 634, 636, 638
Hier, hier moet het zijn

Met verkleumde vingers probeert zij
De rits van haar jas te beheersen
Tegen haar warme kloppende borst
Grijpt zij naar de kuur die hij verdient

Op het klingelen van de bel
Wordt voor dit tijdstip rap gereageerd
Nadat de drie schuifsloten en het kettinkje zijn beroerd
Schiet haar gelaat vol licht bij het openzwaaien van de deur

Daar staat hij, naakt en kletsnat van het zweet
Rillend van de snijdende tocht die zij met zich meeneemt
Bij het verorberen van zijn verschijning
Slaat haar hart over op rationeel uitvoeren

Steekt zij met de grootst mogelijke verachting,
De priem die op zolder lag,
Nog afgenomen met een zeemleer,
Dwars door zijn slokdarm

Met een doffe klap en dwarrelend stof,
Onder toeziend oog van een witte kater,
Smakt de rondbuikige despoot tegen de grond
Zijn schedel breekt bij de klap,
op de natuurstenen dorpel.

Forte, forte, forte, forte, forte, forte

Jerzy Plenzdorf

zondag 19 oktober 2008

De onstuimigheid van Rachmaninovs opus 43

Suizen over brede vlaktes van ruw gecultiveerd land, dwalend door weidse valleien, een horizon van kranen en schoorstenen, het klotsen van de golfslag tegen de gecorrodeerde scheepsrompen, de felle laagstaande winterzon die schittert op de ochtendrijp van ontfruitte appelbomen, snijwind die de stoïcijnse blik van het meer vervriest.

De onstuimigheid van Rachmaninovs opus 43, Rapsodie op een thema van Paganini, roert. Het is panorama-muziek.

zondag 12 oktober 2008

Spirituele reflectie in de wasem van het Ladogameer




Bron: M. Kozlova

"Op de fiets peddel ik door grauwe buurten en ruik aan de esthetiek van het volksleven"

De Selfkicker. Naar adem happend in zijn eigen kots, zwetend en selfkickend, stug volhardend in de pijn en het verderf waarin de meest uiteenlopende chemische verbindingen hem brachten. Johnny sprak van zijn geliefde "Bennies", zijn koosnaampje voor een reeks chemische verbindingen die gegroepeerd worden onder de chemische verzamelnaam 'benzamides'. De chemische marteling van zijn brein liet Van Doorn niet koud. Een mooi voorbeeld van zijn zelfreflectie in deze:

"Een moedervlek op mijn rechterbeen zag ik aan voor een vies
beest, dat in mijn huid was gedrongen. Met de punt van de
schroevedraaier probeerde ik het beest eruit te pulken. Het lukte
me niet. Ik dacht: 'Het is een taai kreng'. Met de tanden op
elkaar had ik 'm met een flitsende - door merg en been gaande -
snijbeweging te pakken. Ik had een moedervlek uit de huid
gepulkt. Bloed, bloed, overal bloed "